Wvggz art. 3:2 lid 2 sub b, j en h


Uitspraak

Uitspraak Klachtencommissie Cliënten GGZ Delfland
Inzake de klacht van
De heer , klager, bijgestaan door mevrouw
tegen
GGZ Delfland, gevestigd te Delft (verweerder)
ten deze vertegenwoordigd door:
Mevrouw , psychiater
De heer is in verband met zijn opleiding aanwezig.
De klacht is, in aanwezigheid van bovengenoemde partijen, behandeld tijdens een hoorzitting op 3 april
2024.
Namens de klachtencommissie waren aanwezig:
Mevrouw , voorzitter
Mevrouw , psychiater en
De heer , lid
Ambtelijke ondersteuning werd verleend door mevrouw .
Stukken
– Klaagschrift, 26 maart 2024
– Verweerschrift, 29 maart 2024
Klager heeft toestemming verleend aan de klachtencommissie om zijn medisch dossier in te zien,
indien en voor zover dat voor de beoordeling van de klacht relevant mocht worden geacht. Van deze
mogelijkheid heeft de klachtencommissie gebruik gemaakt. Daarnaast heeft klager tijdens de
hoorzitting een kopie van de beschikking machtiging voortzetting crisismaatregel (met hierop zijn
aantekeningen) en een e-mail overlegd.
Klacht
Het klaagschrift d.d. 26 maart 2024, opgesteld namens klaagster door mevrouw (pvp) bevat de
volgende klachten:
– Klager is het niet eens met de opname bij GGZ Delfland en de beperking in bewegingsvrijheid
– Klager is niet wilsonbekwaam en kan goed beslissingen nemen voor zichzelf
– Klager is het niet eens met het beperken van het gebruik van zijn mobiele telefoon.
Feiten
Bij mondelinge uitspraak op 15 maart 2024 is de voortzetting van de crisismaatregel toegewezen tot en
met 5 april 2024. In deze crisismaatregel is opgenomen dat er verplichte zorg mag worden toegepast in
de vorm van het toedienen van medicatie, opname in een accommodatie, het beperken van de
bewegingsvrijheid en het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.
2
De klacht nader toegelicht
1 en 2. Opname in accomodatie en beperken bewegingsvrijheid
Klager vertelt dat 20 jaar geleden de diagnose manische depressie bij hem is vastgesteld. Hij probeert om
een stabiel leven te leiden maar er bleven steeds herinneringen terugkomen. Daarop is hij in gesprek
gegaan met zijn ouders, met de vraag of ze hem accepteren zoals hij is. Hij heeft daar geen antwoord op
gekregen maar is bij het ouderlijk huis in de boeien geslagen. Hij krijgt veel stress door de situatie met
zijn familie.
Klager is het niet eens met opname, er is geen hoor en wederhoor geweest. Hij weet niet wat er nu van
hem gevraagd wordt. De situatie is een nare ervaring voor hem.
Klager benoemt dat hij vrij snel veel vrijheden heeft gekregen. Maar deze werden hem ineens weer
ontnomen en zo komt zijn baan en eigen bedrijf in de knel. Hij werkt in de nachttuinbouw en is
handhaver. Hij wil zijn bedrijf en werk niet op het spel zetten.
Klager vraagt om een ambulante behandeling en heeft inmiddels gesproken met de arts op de afdeling.
Het contact met zijn vriendin heeft hij verbroken, zij heeft nu te veel aan haar hoofd door
familieperikelen. Er is nu een andere contactpersoon, zij is een vriendin. Het contact met familie gaat
stapje bij beetje wel weer beter. Klagers vader heeft klager zelfs een keer opgehaald bij de GGZ
afgelopen periode. De laatste 6 jaar heeft klager ervaren dat er een stempel op hem is gedrukt, ook door
zijn ex-vriendin. Ze zien hem enkel als patiënt, niet als mens. Er is nu afgesproken geen contact meer te
zoeken met zijn familie.
Klager had voorheen een vertouwenspersoon bij psyQ. Zijn behandelaar is met pensioen, maar mogelijk
kan de GGZ passende (vervolg)hulp in ambulante vorm aanbieden. Klager ontvangt graag hulpverlening.
Hij merkt dat het beter met hem gaat ondanks dat hij duf wordt van de medicatie. Daarnaast merkt hij
dat hij ervan aankomt in gewicht. Klager vindt dat een opname niet nodig was en is, hij wil graag weer
zijn vrijheden terug zodat hij weer aan het werk kan. Het gaat nu beter met hem dan tijdens het moment
van de opname. Ook op de afdeling gaat het goed met hem.
Klager wil zijn ziekte omarmen en er dan het beste van maken. Vanmiddag is er een vervolggesprek en
dan wil hij graag verder praten over een plan. Meneer kijkt niet positief terug op afgelopen weken.
Afgelopen jaren heeft hij er het beste voor zichzelf uit gehaald.
Hij heeft een goede band met zijn huisarts. Dat er wordt gezegd dat hij afspraken niet nakomt klopt niet.
Klager heeft zelf voor depakine gekozen en voelt zich hier goed bij. Hij heeft zelf toen het wat minder
ging in het verleden de depakine wat opgehoogd. Van andere medicijnen ervaart hij geen positieve
effecten.
Klager zoekt geen contact met familie en er is afstand genomen. Het lukt om deze afspraak na te komen.
Er is een zorgmachtiging aangevraagd, en er is besproken hoe de komende tijd eruit gaat zien.
Ontslag is nog niet aan de orde maar meneer staat open voor nazorg bij een GGZ-instelling.
Het was niet zijn eerste keuze, maar klager vindt het prima om bij de heer Van Duijnhoven in behandeling
te komen. Hij heeft afgelopen week voor het eerst met hem gesproken.
3
3. Beperking communicatiemiddelen
Klager benoemt dat hij niet filmt op de afdeling en dat hij zijn telefoon nodig heeft voor zijn werk. Hij is
veredelaar en heeft zijn telefoon nodig om te kunnen bellen als dat in hem opkomt. Hij valt zijn familie
niet lastig.
4. Wilsonbekwaamheid
Niet nader toegelicht.
Verweer
Ad 1. Opname in accomodatie en beperken bewegingsvrijheid
Verweerster benoemt dat er sprake is van een manisch psychotisch beeld en hieruit voorkomend ernstig
nadeel in de vorm van (verbale) agressie. Zij ziet ook de indicatie tot toepassen van verplichte zorg
waaronder opname in de accommodatie. Opname in de accommodatie is noodzakelijk vanwege de ernst
van de ontregeling en agressie naar zijn omgeving en de ontbrekende motivatie tot vrijwillige behandeling
ten gevolge van ontbrekend ziektebesef. Betrokkene dient eerst verder te stabiliseren voor hij met
intensieve ambulante zorg met ontslag kan. Deze conclusie werd ook getrokken door de psychiater van de
crisisdienst en getoetst door de rechter.
Met betrokkene is besproken dat de vrijheden weer terug gaan naar onder begeleiding en dat verlof naar
huis toch nog niet mogelijk blijkt te zijn gezien het negatieve effect wat dit heeft op zijn herstel.
Verweerster geeft echter aan dagelijks de medische toestand en de verplichte zorg te evaluaeren, waarbij
ook bekeken wordt of het mogelijk is om vrijheden weer uit breiden. Op vrijdag 29 maart is er een
gesprek geweest met betrokkene en zijn afspraken gemaakt dat betrokkene 2 keer onder begeleiding van
een vriendin naar huis gaat.
Verweerster geeft aan dat zij ook wil dat klager zijn leven op een prettige manier op kan pakken en
erkent dat klager en zij van mening verschillen wat er momenteel nodig is en het tempo waarin vrijheden
worden toegestaan. Klager uit een dreigende houding, in de vorm van verbale agressie, naar familie en
dit is ook op zijn werk het geval geweest.
In het recente verleden is gebleken dat wanneer klager vrijheden krijgt het mis gaat. Hij gaat te hard
rijden met zijn auto en allerlei andere dingen doen dan de activiteiten die zijn afgesproken.
Hij komt met een geagiteerde houding terug op de afdeling.
Klager wordt momenteel ingesteld op medicatie. Depakine neemt hij goed in maar hij smokkelt met
andere medicatie. Hij is nu nog onvoldoende betrouwbaar en trekt zijn eigen plan. Klager berokkent
zichzelf en naasten om hem heen schade. Er zijn conflicten en klager is gedesoriënteerd.
3. Beperking communicatiemiddelen
Vanwege berichten van familie dat betrokkene dreigende berichten verstuurt is de telefoon van
betrokkene bij opname ingenomen. Na enkele dagen is de telefoon terug in eigen beheer gegeven.
Betrokkene blijkt echter niet met zijn telefoon om te kunnen gaan. Hij is continu aan het bellen wat hem
4
toenemend onrustig maakt en hij maakt voortdurend film opnames op de afdeling waardoor de privacy
van medepatiënten en medewerkers gevaar loopt. Betrokkene probeert de burgemeester te bellen en
vormt hiermee een belasting voor de maatschappij. Betrokkene belast een 18 jarige stagiair door hem
middels zijn telefoon mee te laten luisteren naar een zorgafstemmingsgesprek zonder ons dat van te
voren te melden. Betrokkene is hier niet in te corrigeren. Op 25 maart is de telefoon daarom opnieuw
ingenomen. Betrokkene toont zelf geen inzicht in zijn schadelijke telefoongedrag en is niet in staat om
zich aan afspraken te houden rondom telefoongebruik.
Ad 4. Wilsonbekwaamheid
Er is thans nog sprake van een manisch beeld en er is sprake van oordeels en kritiekstoornissen. Klager
heeft geen inzicht in de schade die zijn gedrag veroorzaakt. Hij kan de voordelen van de behandeling niet
goed afwegen, omdat hij hier niet voor open staat. Hij kan de consequenties van de behandelweigering
niet overzien en wordt daarom wilsonbekwaam geacht inzake de aangevraagde vormen van verplichte
zorg.
Beoordeling
Afgaande op het klaagschrift, de schriftelijke reactie op de klacht, hetgeen ter zitting door betrokkenen en
verweerster naar voren is gebracht en de relevante informatie uit het medisch dossier van klager,
overweegt de klachtencommissie, met inachtneming van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
(Wvggz), als volgt.
Op grond van artikel 7:1 Wvggz kan de zorgverantwoordelijke, voor zover dit ter afwending van een uit
een psychische stoornis voortvloeiend ernstig nadeel noodzakelijk is, als uiterste middel beslissen tot het
verlenen van verplichte zorg, zoals opgenomen in de crisismaatregel.
Voorts heeft de rechtbank de voortzetting van de crisismaatregel mondeling uitgesproken op 15 maart
2024. In de crisismaatregel is opgenomen dat aan klager als vorm van verplichte zorg een opname in
accommodatie, het beperken van bewegingsvrijheid en communicatiemiddelen en het toedienen van
medicatie kan worden opgelegd.
Dit houdt in dat een opname in een accommodatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en het
gebruik van communicatiemiddelen en/of het toedienen van medicatie voor klager essentieel is en dat de
zorgverantwoordelijke, indien klager niet op vrijwillige basis aan de toediening hiervan zou meewerken,
door middel van een procedure ex artikel 8:9 van de Wvggz tot het opleggen van verplichte zorg in deze
vormen zou kunnen besluiten.
Op 12 en 14 maart is een beslissing tot verlenen van verplichte zorg genomen en aan klager overhandigd,
waarin aan hem is meegedeeld dat besloten is tot het verlenen van verplichte zorg in de vorm van
opname in de accommodatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en het gebruik van
communicatiemiddelen, en het toedienen van medicatie. Verplichte zorg kan alleen worden verleend voor
de doelen genoemd in artikel 3:4 van de Wvggz.
Het nadeel bestaat, verklaard door verweerster en zoals ook blijkt uit het medisch dossier van klager, uit
het gevaar dat klager agressie oproept bij anderen door zijn hinderlijk gedrag en de situatie dat de
algemene veiligheid van personen en goederen in gevaar is.
Ad 1 en 2. Verplichte zorg – opname in de accommodatie, beperken bewegingsvrijheid
Klager heeft ter zitting aangegeven dat hij door zijn verblijf niet kan werken en dat hij graag zijn vrijheden
weer terug wil. Hij herkent zich niet in de situatie en problematiek die door verweerster is aangekaart. De
stelling van klager dat hij zijn vrijheid terugwenst, kan de klachtencommissie volgen. Het huidige
toestandsbeeld zoals geschetst (klager is herstellende van de manie en dient nog nader op medicatie te
5
worden ingesteld) brengt met zich mee dat het besluit tot opname en het beperken van
bewegingsvrijheid momenteel zorgvuldig en terecht is genomen volgens de commissie.
Verweerster heeft aannemelijk gemaakt dat een opname bij GGZ Delfland noodzakelijk is om klager te
behandelen. Klager heeft vrijheden gehad en laten zien dat dit nog niet haalbaar was gezien zijn
toestand. De opname en behandeling zijn voor het verdere herstel van klager essentieel.
De klachtencommissie is van oordeel dat opname nodig is om klager in een goede setting te kunnen
behandelen en beoordeelt de klacht hierover ongegrond is.
Ad 1. Beperken communicatiemiddelen
Klager ontkent de aantijgingen over het ongepaste gebruik van zijn telefoon. De klachtencommissie leest
in de dagrapportage informatie over het veelvuldige gebruik van de telefoon. Zo maakt betrokkene
gebruik van zijn mobiel onder toezicht. De klachtencommissie ziet geen aanleiding om te twijfelen aan
hetgeen dat is gerapporteerd en overeenkomt met hetgeen verweerster benoemt tijdens de zitting. De
klacht is ongegrond.
Naar het oordeel van de klachtencommissie is voldoende aannemelijk gemaakt dat zonder een opname,
beperking van de bewegingsvrijheid en het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen het
ernstige nadeel niet kan worden afgewend.
Artikel 3:3 van de Wvggz bepaalt dat verplichte zorg als uiterste middel kan worden verleend als
iemands gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit kan alleen als:
a. er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg zijn;
b. er geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn;
c. het verlenen van verplichte zorg in verhouding staat tot het doel daarvan;
d. redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
De klachtencommissie is, gelet op bovenstaande, van oordeel dat voor wat betreft de verplichte zorg aan
de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid en veiligheid zoals genoemd in artikel
3:3 Wvggz, is voldaan.
De beslissing tot het verlenen van verplichte zorg is genomen, nadat de zorgverantwoordelijke zich op de
hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van klager. De beslissing is op schrift gesteld en
aan klager overhandigd. De verplichte zorg in de vorm van opname en beperking bewegingsvrijheid zijn
besproken met klager en ook over het beperken van het gebruik van het communicatiemiddel wordt
regelmatig gesproken.
Ad 4. Wilsonbekwaamheid
Klager verkeert in de stellige overtuiging dat zijn gedrag niet ongepast is en dat hij geen contact meer
zoekt met zijn familie. Andere signalen of gedrag dat hier niet mee overeenkomt, wordt door hem direct
ontkend. Omdat klager meent dat het goed met hem gaat, weigert hij de opname en het beperken van de
bewegingsvrijheid. Zonder de opname en het beperken van de bewegingsvrijheid veroorzaakt hij
gevaarlijk gedrag voor zichzelf en anderen, waardoor ernstig nadeel dreigt voor hemzelf en zijn
omgeving.
Klager is niet tot een ander inzicht te brengen, dit vloeit mede voort uit zijn ziektebeeld. Om deze reden is
terecht op de aanzeggingsbrief verplichte zorg aangegeven dat klager ter zake van zijn ziekte en de
noodzaak tot behandeling wilsonbekwaam wordt geacht. Zijn klacht over dit onderdeel is derhalve
ongegrond.
Beslissing:
6
De klachtencommissie:
Verklaart de klachten van de heer ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door , voorzitter, , psychiater, lid, en de heer , op 3 april 2024, bijgestaan
door, mevrouw M. de Jong, ambtelijk secretaris.
Deze uitspraak is op 8 april 2024 aan betrokkenen toegestuurd.