Verplichte zorg inhoudende beperking bewegingsvrijheid en insluiting (ongegrond)


Uitspraak

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

1

DE KLACHTENCOMMISSIE BIJ DE VAN DER HOEVEN KLINIEK, LOCATIE DE VOORDE TE
AMERSFOORT

 

Beslissing van de klachtencommissie bij de Van der Hoeven Kliniek, inzake de klaagschriften van:

 

*, verder te noemen klager.

 

De klaagschriften, gedateerd 28 en 30 augustus 2023, zijn gericht tegen:
– de beslissing verplichte zorg d.d. 23 augustus 2023, inhoudende beperking in de
bewegingsvrijheid (HK2023/183);
– de beslissing verplichte zorg d.d. 28 augustus 2023, inhoudende insluiting (HK2023/187).

 

De kliniek heeft schriftelijk gereageerd op 26 september 2023. Klager heeft van deze reactie kennis
kunnen nemen.

 

De klacht is behandeld ter zitting van 4 oktober 2023 middels een videoverbinding met locatie De Voorde
te Amersfoort, in het bijzijn van klager, zijn raadsman, het hoofd behandeling en de juridisch
medewerker.

 

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de klachtencommissie kennisgenomen van de
volgende informatie:
– Klaagschrift van 28 augustus 2023, door de klachtencommissie tevens ontvangen op 28
augustus 2023 (HK2023/183);
– Klaagschrift van 30 augustus 2023, door de klachtencommissie tevens ontvangen op 30
augustus 2023 (HK2023/187);
– Reactie kliniek op beide klaagschriften van 26 september 2023, met als bijlagen de beslissing
verplichte zorg d.d. 23 augustus 2023, de beslissing verplichte zorg d.d. 28 augustus 2023 en
het zorgplan;
– Hetgeen op de zitting van 4 oktober 2023 is besproken.

 

Het standpunt van klager
Klager is het niet eens met de beslissing verplichte zorg d.d. 23 augustus 2023, inhoudende beperking
in de bewegingsvrijheid. Hij acht de motivering volstrekt onvoldoende gelet op artikel 2:1 Wvggz (uiterst
middel) en artikel 9:9 Wvggz. Het wordt niet duidelijk welke feiten en omstandigheden redengevend zijn
voor beperking van de vrijheden binnen de kliniek, laat staan dat is voldaan aan de voorwaarden en aan
andere eisen die de wet stelt. Klager wordt ernstig geschaad door de inperkingen van de vrijheden en
hij heeft het gevoel dat ook zijn behandeling nadelig wordt beïnvloed.

 

Klager is het ook niet eens met de beslissing verplichte zorg d.d. 28 augustus 2023 inhoudende
insluiting. Er is sprake van extra insluiten en begeleiding gedurende de dag. Dit is onvoldoende

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

2

onderbouwd en geconcretiseerd, gelet op de uitgangspunten van artikel 2:1 en 9:9 Wvggz. Het wordt
niet duidelijk welke feiten en omstandigheden redengevend zijn voor beperking van de vrijheden binnen
de kliniek, laat staan dat aan de voorwaarden en andere eisen die de wet stelt is voldaan. Klager is
ernstig geschaad door deze inperking en heeft het gevoel dat ook zijn behandeling nadelig wordt
beïnvloed.

 

Ter zitting is door klager toegelicht dat hij bij het incident bij de sluis op verlof ging. Hij heeft
twee keer ‘kankerlijer’ gezegd. Hij vindt dat zijn verbale reactie werd uitgelokt. Er heeft een gesprek
plaats gevonden bij de sluis en toen is klager op verlof gegaan. Klager snapt niet wat er bedoeld wordt
met de opmerking van de kliniek dat het al een tijdje gaande is. Hij begrijpt ook niet dat er na 1,5 jaar
deze beslissing wordt genomen.
De raadsman heeft verder toegelicht waarom de motivering van beide beslissingen niet aan de eisen
voldoet. De kliniek heeft in haar reactie op de klacht wel meer onderbouwing gegeven, maar nog steeds
onvoldoende. Het benoemde gedrag van klager wordt niet onderbouwd aan de hand van stukken, zoals
rapportages. Zo geeft klager wel aan dat het klopt dat er sprake was van wat toegenomen spanning in
die periode en dat hij ‘kankerlijer’ heeft gezegd, maar hij heeft nooit dreigende uitspraken gedaan en
dat blijkt ook nergens uit. Hij is boos geworden bij het incident bij de sluis, nadat een medepatiënt die
hem voorging verbaal naar hem was uitgevallen en daar heeft klager op gereageerd. Er is echter geen
rapport van wat er feitelijk is gebeurd. Ook de tweede beslissing verplichte zorg mist feitelijke
onderbouwing. Het is ook voor klager niet duidelijk waarom deze beslissingen zijn genomen, terwijl hij
zwaar in zijn vrijheden wordt beperkt.

 

Het standpunt van de kliniek
Klager verblijft in de kliniek, locatie De Voorde, met een maatregel tbs met dwangverpleging. Er is sprake
van een verstandelijke beperking, seksuele problematiek en trekken van een antisociale
persoonlijkheidsstoornis. Vanuit deze problematiek kan er sprake zijn van (dreigend) ernstig nadeel voor
hemzelf of voor anderen. Te denken valt aan (seksueel) grensoverschrijdend gedrag of oplopende
conflicten door impulsieve gedragingen.
In de periode voorafgaand aan de beslissing verplichte zorg maakt klager een licht ontregelde indruk
en geeft aan veel stress te ervaren, onder meer door lichamelijke en psychische klachten, onbegrepen
positieve UC’s (blijkt later vals positief) en een verhuizing naar een beneden kamer. Hij bemoeit zich
met anderen en gaat daarbij regelmatig over andermans grenzen heen. Hij laat zich niet begrenzen en
de spanningen lopen direct op als hij wordt begrensd. Hij heeft moeite met emoties reguleren en
impulsen onder controle de houden, wat resulteert in conflicten. Het programma wordt hierop strakker
ingezet en de aangeboden rust en structuur lijken in eerste instantie een positief effect te hebben, maar
dit is steeds voor korte duur.
Het behandelteam neemt bij klager een lang sluimerend proces waar, waarbij al geruime tijd ontremming
gaande is en deze ontremming in de loop van de tijd steeds minder goed is bij te sturen. De agressie
richting personen en ongerichte agressie neemt steeds meer toe (verbaal en dreigende uitspraken). Hij
roept door zijn gedrag agressie over zichzelf af en het lukt niet om tot werkafspraken te komen.

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

3

Op 23 augustus 2023 is er een incident als klager op verlof gaat. Hij is te vroeg en moet wachten en de
spanning loopt op. Als de deur uiteindelijk open gaat, gaat een andere patiënt hem voor en dan begint
klager flink te bonzen, te wijzen en ageert hij tegen zowel de medewerker als medepatiënt. Hij wordt
dan meegenomen naar de afdeling en hem wordt aangezegd dat hij rust moet nemen op zijn kamer.
Besloten wordt om klager vanwege de oplopende spanning, het niet mogelijk blijken om hem te
begrenzen en te sturen, de ongericht verbale agressie en verbale agressie gericht op groepsleiding, te
beperken in zijn bewegingsvrijheid door middel van een begeleid programma (HK2023/183). Het
ondernemen van onbegeleid verlof is in dit programma niet mogelijk. Het uitstellen van deze verplichte
zorg wordt niet langer verantwoord geacht, er zou dan een te groot risico op ernstig nadeel ontstaan.
De kans op victimisatie neemt toe omdat klager graag contact wil met de ander, maar dit doet hij op een
onafgestemde manier. De situatie wordt onveilig geacht.

Klager krijgt langzaam steeds meer moeite met het zich houden aan de afspraken. Hij zoekt voortdurend
naar ruimte en accepteert geen grenzen, neemt geen rust als hij op zijn kamer is en komt van zijn kamer
af op moment dat dit niet is afgesproken. Op 28 augustus 2023 wordt derhalve het besluit tot verplichte
zorg genomen inhoudende insluiting indien nodig (HK2023/187). Dit duurt tot maximaal de volgende
evaluatie (30 november 2023). Zodra hij zich niet aan de afspraken houden, wordt de deur gesloten
tijdens de momenten dat klager op kamer verblijft. De insluiting duurt zolang er geen goede afspraken
met hem gemaakt kunnen worden. Zonder deze verplichte zorg is er een groot risico dat klager met zijn
(ontremde) gedrag agressie oproept bij anderen met incidenten tot gevolg. Gebleken is dat hier met
hem geen afspraken over gemaakt kunnen worden en dat hij begeleiding nodig heeft om het risico op
incidenten af te wenden en het contact met anderen rustig te laten verlopen.

 

In de weken die volgen is nog altijd onrust zichtbaar bij klager. Op 19 september 2023 is te zien dat
klager meer in de samenwerking zit en wordt hij op fase ‘groen’ gezet. Op 25 september 2023 verhuist
klager naar Tricht 1 waar de constante nabijheid, hand in hand begeleiding en structuur geboden kan
worden.

 

De kliniek is van mening dat de beslissingen tot verplichte zorg op goede gronden zijn genomen en in
overeenstemming zijn met de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en
veiligheid.

 

Ter zitting is toegelicht dat klager in augustus 2021 op Amer 1 is gekomen. De reden was dat
er veel spanning en onrust was waar hij vandaan kwam. In het begin ging het best goed en dit hing ook
samen met de populatie destijds. Een klein jaar later is de groep veranderd en heeft klager meer
behoefte aan bevestiging en uitleg. Klager wil graag contact, maar dat vraagt ook wat van de omgeving.
Deze omgeving kan daar minder goed mee omgaan, waardoor de nabijheid van de groepsleiding
belangrijker wordt. Het kost hem ook steeds meer moeite om uitstel te verdragen. Hij moppert veel in
het bijzijn van andere patiënten. Hij gaat dan ook aan allerlei mensen vragen stellen en mensen bellen.
Dit wordt overigens niet allemaal vastgelegd in de interne aantekeningen. Afgelopen najaar heeft hij

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

4

aangegeven dat hij het minder fijn vond op Amer 1. Hij had meer behoefte aan nabijheid van de
groepsleiding. Daarom is besloten in overleg met hem dat hij naar beneden zou verhuizen. De spanning
loopt echter steeds meer op, en hij uit dat verbaal door de groepsleiding uit te schelden en zich
grensoverschrijdend te gedragen. Daar wordt hij op aangesproken en er wordt een beloningsregel
ingesteld voor als klager zich kan inhouden. In de loop van juni/juli/augustus wordt de onrust groter en
lukt het niet, ook niet met hand-in-hand begeleiding, om zijn programma overzichtelijk te houden. Hij
dwaalt over de groep, bemoeit zich met andere patiënten en er is veel onrust. Uiteindelijk doet het
incident bij de sluis zich voor. Hij is dan te vroeg voor zijn verlof en gaat schelden. Hij scheldt ook naar
een medepatiënt. De vraag is dan hoe lang nog doorgegaan moet worden met hem dingen alleen te
laten doen, terwijl het beter gaat met hand-in-hand begeleiding. Klager heeft ook een uitgebreid
signaleringsplan en in fase rood wordt hij begeleid.
Overigens is op 28 augustus 2023 de beslissing genomen dat klager zo nodig wordt ingesloten, maar
bleek niet nodig te zijn.

 

De beoordeling
Op grond van artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) kan een schriftelijk
gemotiveerde klacht ingediend worden bij de klachtencommissie over een daar genoemde beslissing of
niet nakoming van een verplichting.

 

Artikel 9:5 Wvggz bepaalt dat de behandeling van betrokkene slechts plaatsvindt:
a. voor zover deze is voorzien in het zorgplan,
b. indien het overleg over het zorgplan tot overeenstemming heeft geleid, en
c. indien de betrokkene of de vertegenwoordiger zich niet tegen behandeling verzet.

 

Op grond van artikel 9:6 lid 1 Wvggz kan indien niet voldaan is aan artikel 9:5 onderdelen b en c,
niettemin behandeling plaatsvinden:
a. Voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het ernstig nadeel dat de psychische
stoornis van betrokkene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden
weggenomen, of
b. Voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om het ernstig nadeel dat de psychische stoornis van
betrokkene binnen de accommodatie doet veroorzaken, af te wenden.
Lid 2 bepaalt dat behandeling overeenkomstig het eerste lid plaatsvindt krachtens een schriftelijke en
gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke. Lid 3 bepaalt dat de vereisten uit artikel 8:9
Wvggz van overeenkomstige toepassing zijn.

 

De klachtencommissie stelt vast dat er op 23 augustus 2023 een beslissing verplichte zorg is genomen
inhoudende de beperking van de bewegingsvrijheid. Het uitstellen van verplichte zorg is niet langer
verantwoord voor klager of zijn omgeving. Als motivering is in de beslissing opgenomen dat in de loop
van 23 augustus 2023 de spanning bij klager oploopt en klager niet goed te begrenzen en te sturen is.
Voordat hij op verlof gaat uit hij zich verbaal agressief naar de groepsleiding en ongericht. Klager

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

5

ontremt steeds verder en agressie naar personen dan wel ongericht neemt toe en bovendien roept hij
door zijn gedrag agressie over zichzelf af. Het lukt niet op dit moment om tot werkafspraken te komen.
Op 28 augustus 2023 is nog een beslissing verplichte zorg genomen die inhoudt dat klager zo nodig
wordt ingesloten. Als motivering wordt aangegeven dat klager een programma heeft gekregen waarbij
hij begeleid wordt door de kliniek. Ook de verloven worden begeleid. Tevens zijn er momenten waarop
hij op zijn kamer blijft. De deur blijft dan in beginsel open. Lukt het klager niet om hiermee om te gaan,
dan wordt de deur gesloten totdat er weer goede afspraken met klager worden gemaakt en hij zich
daaraan kan houden. Zonder deze beperking loopt het risico op dat klager door zijn (ontremde) gedrag
agressie oproept bij anderen met incidenten tot gevolg. Het lukt niet om hier met klager afspraken over
te maken. Hij heeft de begeleiding nodig om het contact rustig te laten verlopen. In de weken die volgen
is steeds de onrust zichtbaar. Op 19 september 2023 is te zien dat klager meer in de samenwerking zit
en wordt hij weer op fase ‘groen’ gezet. Op 25 september 2023 verhuist klager naar Tricht 1 waar de
constante nabijheid, hand-in-hand begeleiding en structuur geboden kan worden.

 

De klachtencommissie overweegt allereerst dat gebleken is dat de populatie van de groep van klager is
veranderd, wat ook een uitwerking heeft op klagers gedrag. Zo ging het in het begin redelijk goed op de
groep, maar werd dit later anders doordat de samenstelling van de groep veranderde. De nabijheid van
de groepsleiding en de hand-in-hand begeleiding werd daardoor meer noodzakelijk. Het is daarom, in
het licht van het afstemmen van het behandel- en begeleidingsaanbod op de aard van de problematiek
en het niveau van de patiënt, in ieder geval goed dat klager inmiddels naar een andere groep is
overgeplaatst die beter aansluit bij klagers behoeftes.

 

Verder overweegt de klachtencommissie dat door klager en zijn raadsman met name naar is voren is
gebracht dat de verweten gedragingen van klager onvoldoende worden geconcretiseerd in de
motiveringen van de beslissingen en de beschreven gedragingen niet met enig stuk wordt onderbouwd.
Hoewel de klachtencommissie met klager en zijn raadsman eens is dat de onderbouwing in de
uitgereikte beslissingen summier is, heeft de kliniek haar beslissing in het verweerschrift en tijdens de
zitting uitgebreid aanvullend gemotiveerd. De kliniek heeft uiteengezet wat er gedurende de periode
vanaf het moment van opname tot nu is veranderd aan klagers gedrag waarbij een aantal concrete
incidenten zijn benoemd. Daarmee is voldoende concreet geworden welk gedrag van klager heeft geleid
tot de uitgereikte beslissingen. Het standpunt van klager dat hij (nog steeds) niet begrijpt over welke
gedragsverandering het dan gaat, is voor de klachtencommissie onvoldoende reden om te twijfelen aan
de juistheid van de door de kliniek gegeven beschrijving.

 

De kliniek heeft in eerste instantie geprobeerd via een strak programma meer rust en structuur te bieden,
maar dit bleek toch niet afdoende. Het incident bij de sluis is het moment geweest waarop besloten is
toch de beslissing verplichte zorg in te zetten. Die maatregel van beperking in de bewegingsvrijheid is
naar het oordeel van de klachtencommissie ook proportioneel. Het doel van de maatregel is het bieden
van structuur en het voorkomen van incidenten. En ook het bieden van veiligheid voor klager zelf, nu
klager ook agressie over zich af kan roepen door zijn gedrag.

Klaagschrift: HK2023/183, 187

 

6

Vervolgens blijkt dat deze maatregel nog onvoldoende structuur en rust geeft, omdat het klager niet lukt
om zich aan de afspraken te houden. Er wordt dan nog een beslissing verplichte zorg genomen,
inhoudende dat klager kan worden ingesloten wanneer het hem niet lukt om zich aan de afspraken te
houden. Er is uiteindelijk niet tot daadwerkelijke insluiting overgegaan.

 

De klachtencommissie is van oordeel dat beide beslissingen niet in strijd met de wet, dan wel de
redelijkheid en billijkheid zijn. Zij voldoen tevens aan de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit,
doelmatigheid en veiligheid. Beide klachten zullen dan ook ongegrond worden verklaard.

 

Oordeel
De klachtencommissie verklaart de klachten ongegrond.

 

 

Aldus gedaan door de voorzitter en twee leden van de klachtencommissie, bijgestaan door de secretaris
en ondertekend door de voorzitter en de secretaris, op 16 november 2023.

 

 

 

De secretaris De voorzitter

 

Op grond van artikel 10:7 Wvggz kan betrokkene, de vertegenwoordiger, de zorgaanbieder of een
nabestaande van betrokkene een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de rechter ter
verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift
bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de verzoeker is
meegedeeld. De rechter kan de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen op grond van artikel
10:9 Wvggz.

 

Datum verzending afschrift: