Ongegronde klacht over overplaatsing en de wijze waarop deze is uitgevoerd


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken    

Betreft: BESLISSING

Inzake: de klacht van mevrouw. A., gedateerd 1 februari 2024, bij de Klachtencommissie binnengekomen op 7 februari 2024, met nummer 2402-19

Datum: 26 februari 2024

Inleiding

De Klachtencommissie is op 26 februari 2024 bijeengekomen ter behandeling van de klacht van mevrouw A. (hierna: klaagster) tegen B. (zorgaanbieder) (hierna: verweerder), met nummer 2402-19.

 

Aanwezig

Klaagster: mevrouw A.;

bijgestaan door: mevrouw C. patiëntenvertrouwenspersoon (pvp).

Verweerder: D., onderdeel van B.;

via beeldverbinding vertegenwoordigd door de heer E., psychiater; en mevrouw F..

 

Stukken

De Klachtencommissie, hierna te noemen de Commissie, heeft bij de behandeling van de klacht de beschikking gehad over de volgende stukken:

  1. de klacht, binnengekomen op 7 februari 2024;
  2. de reactie van verweerder, binnengekomen op 22 februari 2024; en
  3. gegevens uit het medisch/verpleegkundig dossier van klaagster.

Samenvatting

De klacht houdt in dat klaagster zich niet kan vinden in het besluit tot overplaatsing en de wijze waarop deze is uitgevoerd. 

De Commissie komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

De feiten en omstandigheden

De Commissie gaat bij de beoordeling van de klacht uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Uit de overhandigde stukken blijkt dat klaagster lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een vermoeden van een persoonlijkheidsproblematiek dan wel depressieve stoornis dan wel bipolaire stemmingsstoornis dan wel autismespectrumstoornis. Sinds september 2023 is sprake van opname in kliniek D. van B. Aanvankelijk was de opname van klaagster vrijwillig, maar bij beschikking van 26 december 2023 heeft de burgemeester besloten voor klaagster een crisismaatregel te verlenen. Dit vanwege het bestaan van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De crisismaatregel voorziet – onder andere – in de mogelijkheid om klaagster verplicht op te kunnen nemen in een accommodatie. Op 29 december 2023 heeft de Rechtbank G. (hierna; de rechtbank) een machtiging tot voortzetting van  deze crisismaatregel verleend voor de duur van drie weken.

Ten aanzien van de noodzaak van de crisismaatregel heeft de rechtbank overwogen dat de doodswens van klaagster op dit moment dusdanig op de voorgrond staat dat zij de kliniek zonder crisismaatregel vrijwel direct zal verlaten om zich (te proberen) van het leven te beroven.

Overeenkomstig artikel 8:9 lid 2 Wvggz is klaagster op 26 december 2023 door de zorgverantwoordelijke schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de crisismaatregel. In de schriftelijke kennisgeving is opname in een accommodatie aangekruist als de aan haar te verlenen vorm van verplichte zorg. 

De behandelaar komt in deze beslissing verder tot het oordeel dat klaagster wilsbekwaam is ter zake van het nemen van beslissingen over de zorg die zij nodig heeft, waarbij er tegelijkertijd sprake is van levensgevaar voor haar en/of ernstig nadeel voor anderen en/of gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

Op 5 januari is klaagster voor de duur van twee weken overgeplaatst naar H. De overplaatsingsbeslissing van de geneesheer-directeur is gedateerd 5 januari 2024. 

De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt in dat klaagster zich niet kan vinden in:
1) het besluit tot overplaatsing naar H.; en
2) de wijze waarop deze is uitgevoerd.

Klaagster stelt in haar klaagschrift en ter zitting dat zij het niet eens is met het besluit van 5 januari 2024. Hoewel klaagster het met de behandelaren eens is dat een overplaatsing toentertijd noodzakelijk was, begrijpt zij niet waarom zij is overgeplaatst naar H.. Zij meent dat deze kliniek niet goed aansloot bij haar ziektebeeld en bij haar als persoon. Tijdens haar verblijf in H. kon ze – in tegenstelling tot haar verblijf in D. – makkelijk aan scheermessen komen waarmee ze zich kon automutileren. Ook stelt zij dat deze kliniek te ver verwijderd was van haar steunsysteem, dat zich bevindt in de regio J.

Daarnaast kan klaagster zich niet vinden in de wijze waarop deze overplaatsing is uitgevoerd. Allereerst meent zij dat er vooraf geen overleg heeft plaatsgevonden over de kliniek waar zij naartoe overgeplaatst zou worden. Ten tweede stelt klaagster dat zij pas drie uur voorafgaand aan de overplaatsing op de hoogte werd gesteld over de overplaatsing. Daarbij kwam dat zij niet al haar spullen mee mocht nemen naar H., en te weinig tijd had om een gepaste oplossing te vinden voor de spullen die achterbleven. Deze gebeurtenissen hebben haar veel stress gegeven.

De overplaatsing naar H. en de wijze waarop deze is uitgevoerd hebben blijkens klaagster geresulteerd in een verslechterd ziektebeeld, waaronder de toenemende automutilatie. 

Het standpunt van verweerder

Ad 1)

De behandelaren stellen zich op het standpunt dat de overplaatsing naar H. een gepaste oplossing was. Er was intensievere zorg nodig en het team in D. kon die zorg op dat moment niet bieden aan klaagster. Vanwege de crisissituatie is er een beroep gedaan op het plaatsingsbureau voor snelle overplaatsing. In Nederland zijn er beperkte acute bedden voor psychiatrische patiënten, en er was op dat moment plek in H., een kliniek die gespecialiseerd is in jongeren. Dat H. een andere behandelvisie heeft dan D., waarbij meer nadruk ligt op autonomie en zelfbeschikking, betekent niet dat dit niet passend was voor klaagster. De situatie in D. moest in ieder geval doorbroken worden. De overplaatsing naar H. was op dat moment daarom de meest gepaste oplossing voor klaagster.

Ad 2)

Aangaande de wijze waarop de overplaatsing is uitgevoerd, stellen de behandelaren het navolgende. Sinds 25 december 2023 is bij klaagster sprake van afdelingsontwrichtend gedrag. Sindsdien is geprobeerd om de situatie te handhaven, ondanks de gebrekkige samenwerking tussen de behandelaren en klaagster. Uiteindelijk is er op maandag 5 januari 2024 gekozen voor een acute overplaatsing, omdat het daaraan voorafgaande weekend was gebleken dat de zorgzwaarte voor de begeleiding van D. onhoudbaar werd. Het idee om klaagster over te plaatsen was dat weekend ontstaan. Er kon niet voor 5 januari uitvoering aan dit voornemen worden gegeven. Daarnaast is het bij een acute overplaatsing gebruikelijk dat de cliënt hier een aantal uren van tevoren van op de hoogte wordt gesteld, aldus de behandelaren. Betreft het niet volledig kunnen meenemen van haar eigendommen naar H., stellen de behandelaren dat zij daar niet bij betrokken waren, maar dat dit een aspect is waar verpleegkundigen de verantwoordelijkheid over hebben.

Tot slot voeren de behandelaren ter zitting aan dat klaagster geen volledig gebruik heeft gemaakt van de behandeling die in H. werd aangeboden. De opname had hun inziens klaagster meer kunnen bieden dan thans het geval is.

Overwegingen en oordeel

Klaagster stelt zich, gelet op de ter zitting gegeven toelichting, op het standpunt dat zij het niet eens is met de overplaatsing naar H. en de wijze waarop deze is uitgevoerd.

 

Ad 1) Ten aanzien van het besluit tot overplaatsing naar Kliniek H.

Op grond van art. 8:16 Wvggz, voor zover hier van belang, kan de geneesheer-directeur de verantwoordelijkheid voor het verlenen van zorg op grond van (onder meer) een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel aan een andere zorgaanbieder, geneesheer-directeur of zorgverantwoordelijke toewijzen. Op grond van het tweede lid van dit artikel dient de geneesheer-directeur de beslissing schriftelijk gemotiveerd aan betrokkene mee te delen. 

Zowel uit de stukken als hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken staat voor de Commissie vast dat een overplaatsing van klaagster op of rondom 5 januari 2024 onafwendbaar was. Er was, zoals klaagster ook erkend, sprake van een crisissituatie. Daarnaast is de Commissie het met de behandelaren eens dat de overplaatsing naar Kliniek H. een gepaste oplossing was. Kliniek H. is gespecialiseerd in jongeren en had de behandeling van klaagster ten goede kunnen komen. Dat Kliniek H. niet in de buurt van het steunsysteem van klaagster lag, is, gelet op  de crisissituatie van klaagster en het tijdelijke karakter van de overplaatsing, van ondergeschikt belang. De Commissie is derhalve van oordeel dat de overplaatsing naar Kliniek H. noodzakelijk en passend was vanuit behandelingsperspectief.

Naar het oordeel van de Commissie verdient de motivering van de geneesheer-directeur van de overplaatsingsbeslissing niet de schoonheidsprijs. De overplaatsing is gebrekkig gemotiveerd, zonder dat de keuze voor H. daarin is beargumenteerd. Een betere onderbouwing had de klacht wellicht hebben kunnen voorkomen. De onvoldoende motivering van de overplaatsingsbeslissing is niet dusdanig zwaarwegend om dit klachtonderdeel gegrond te verklaren.

De Commissie verklaart dit klachtonderdeel dan ook ongegrond.

 

Ad 2) Ten aanzien van de wijze waarop de overplaatsing is uitgevoerd

De Commissie heeft begrepen dat geen overleg heeft plaatsgevonden tussen de behandelaren en klaagster voorafgaand aan het besluit tot overplaatsing. Naar het oordeel van de Commissie is het besluit tot overplaatsing ontstaan uit de crisissituatie en bestond derhalve, gelet op de beschreven omstandigheden, geen ruimte voor overleg vooraf. Daartoe bestaat ook geen verplichting. In aanvulling hierop is de Commissie van oordeel dat er ook geen mogelijkheid bestond om klaagster eerder dan drie uur voorafgaand aan de overplaatsing op de hoogte te stellen hiervan. Een crisissituatie kenmerkt zich immers door haar acute karakter, waarbij het feit dat de overplaatsing enkele uren van tevoren wordt medegedeeld als gebruikelijk wordt beschouwd.
Tot slot betreurt de Commissie de beschreven situatie omtrent de eigendommen van klaagster, maar in een crisissituatie is een dergelijke situatie soms onafwendbaar. 

Naar het oordeel van de Commissie is dit klachtonderdeel ongegrond.

Het geheel overziend is de Commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

 

Beslissing

De Commissie: 

  • verklaart de klacht ongegrond.

De schriftelijke beslissing is op 4 maart 2024 aan betrokkenen verzonden. 

De geanonimiseerde beslissing zal worden gepubliceerd op wvggzklachten.nl

Deze beslissing is gegeven door de heer X., voorzitter, mevrouw X., lid psychiater en mevrouw X., lid voorgedragen door de Cliëntenraad, bijgestaan door mevrouw X., ambtelijk-secretaris.

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u uw bezwaren tegen de beslissing binnen zes weken na de datum van verzending van de beslissing voorleggen aan de rechtbank. 

Let alleen wel: aan deze procedure bij de rechtbank zijn voor u kosten verbonden.