Ongegronde klacht over meerdere vormen van verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken   

Betreft: BESLISSING

Inzake: de klacht van de heer A., ongedateerd, binnengekomen op 1 februari 2024, nummer 2402-13

Datum: 12 februari 2024

Inleiding

De klachtencommissie is op 12 februari 2024 bijeengekomen ter behandeling van de klacht van de heer A. (hierna: klager) tegen zorgaanbieder B., hierna ook: de zorgaanbieder, tevens de verweerder. 

De klacht gaat over een beslissing op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

 

Aanwezig en gehoord:

Klager: de heer A.; 

Bijgestaan door: de heer C., patiëntenvertrouwenspersoon.

Zorgaanbieder: B., 

vertegenwoordigd door de heer D., psychiater en E., arts

 

Stukken

De klachtencommissie (hierna: de Commissie) heeft bij de behandeling van de klacht de beschikking gehad over de volgende stukken:

  1. het klaagschrift, ingekomen op 1 februari 2024; 
  2. het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen op 5 februari 2024;
  3. stukken uit het verpleegkundig/medisch dossier van klager. 

Samenvatting

Bij de uitvoering van de zorgmachtiging zijn ten aanzien van klager meerdere vormen van verplichte zorg toegepast terwijl daar volgens klager geen grondslag voor bestond. Als gevolg van de aan hem verleende verplichte zorg heeft klager schade geleden waarvoor hij een vergoeding vraagt met de opmerking dat hij de gestelde schade op een later moment in de procedure zal onderbouwen. De Commissie oordeelt dat de klachten ongegrond zijn nu in voldoende mate gebleken is dat de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg voldoet aan de vereisten die daaraan in de Wvggz worden gesteld. Het verzoek om schadevergoeding wordt derhalve afgewezen. 

De feiten en omstandigheden

Aan het dossier ontleent de commissie het volgende.

Bij uitspraak van 11 december 2023 heeft de rechtbank F. een zorgmachtiging verleend voor een tijdvak van 12 maanden. De zorgmachtiging bepaalt dat de zorgverantwoordelijke zo nodig verschillende vormen van verplichte zorg mag inzetten, waaronder “het toedienen van medicatie”, “insluiting gedurende 12 maanden telkens voor maximaal 3 dagen per keer” en “aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam gedurende 12 maanden” en “opnemen in een accommodatie gedurende 12 maanden telkens voor maximaal 6 maanden per keer”. 

In de zorgmachtiging is tevens vastgesteld dat klager lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type, gecompliceerd door het gebruik van middelen. 

En vastgesteld is dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: 

  • levensgevaar; 
  • ernstig lichamelijk letsel; 
  • ernstig psychische schade; 
  • ernstige financiële schade; 
  • maatschappelijke teloorgang; 
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 

Bij aanzeggingsbrief van 23 januari 2024 heeft de zorgverantwoordelijke aan klager medegedeeld dat op grond van artikel 8:9 Wvggz toepassing zal worden gegeven aan onder meer de vormen van verplichte zorg ‘toediening medicatie’, ‘insluiten’, en ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’. Tevens is aan klager medegedeeld dat de zorgverantwoordelijke hem niet tot een redelijke waardering van zijn belangen (hierna: wilsonbekwaam) ten aanzien van deze vormen van verplichte zorg in staat acht. 

De klacht 

Klager verzet zich tegen de volgende vormen van verplichte zorg die hem op 23 januari 2024 schriftelijk zijn aangezegd:

  • toediening medicatie; 
  • insluiten; en 
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’

Daarnaast wenst klager te klagen over het feit dat hij bij aanvang van de opname geen deellijst heeft ontvangen. Ter zitting heeft verweerder toegezegd deze lijst alsnog aan klager te zullen verstrekken. De Commissie beschouwt hiermee dit onderdeel van de klacht als opgelost. 

Schorsingsverzoek 

Klager heeft de Commissie verzocht de bestreden beslissing van 23 januari 2024 voor wat betreft de dwangmedicatie te schorsen. De Commissie heeft de gevraagde nadere toelichting van de geneesheer-directeur niet binnen de uiterste termijn op het verzoek om schorsing ontvangen. De Commissie heeft derhalve geen beslissing op het schorsingsverzoek kunnen nemen.

Schadevergoedingsverzoek

Klager wenst een schadevergoeding te ontvangen voor de beslissing waarmee hij het niet eens is. Bij gegrondverklaring van de klacht zal hij dit verzoek om schadevergoeding met een nieuw document onderbouwen.

Het standpunt van klager 

Klager stelt zich op het standpunt dat ten onrechte uitvoering gegeven is aan meerdere vormen van verplichte zorg die hem op 23 januari 2024 schriftelijk door de zorgverantwoordelijke zijn aangezegd. Aan deze klacht wordt het volgende ten grondslag gelegd.  

Klager betwist de diagnose schizo-affectieve stoornis. Klager zegt niet manisch psychotisch te zijn dan wel bipolair. Volgens klager hebben de behandelaren geen goed beeld van hem waardoor er frictie ontstaat. Klager is naar eigen zeggen slachtoffer van het GGZ-systeem, en wil van zijn labels, zorgmachtiging en medicatie af. Hij wil in alle vrijheid zijn plannen gaan waarmaken. Door de opname en medicatie, waarvan hij bovendien ernstige bijwerkingen ondervindt, wordt hij daarin onnodig belemmerd. 

Het standpunt van verweerder

Samengevat weergegeven heeft verweerder het volgende aangevoerd. 

Klager vertoont ernstige manische ontregeling gekenmerkt door grootheidswanen, paranoïde wanen en agressie. In het verleden hebben deze gedragingen geleid tot meerdere gedwongen opnames. Momenteel is klager opgenomen op de HIBz-afdeling wegens een manische decompensatie. Medicatie, waaronder cisordinol en lithium, is noodzakelijk om het manische beeld in remissie te brengen en verdere stabilisatie te bewerkstelligen. Het stoppen met de medicamenteuze behandeling zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot verslechtering van zijn het psychiatrisch toestandsbeeld. Aanvankelijk werd klager in een kamerprogramma geplaatst om klager rust te bieden en de oplopende spanningen te beheersen. Het kamerprogramma is inmiddels opgeheven, maar klager kan nog wel naar zijn kamer worden verwezen. Aan het begin van de opname werden de telefoon en laptop van klager tijdelijk ingenomen na een incident met betaalverzoeken aan voormalig medepatiënten. Thans worden deze communicatiemiddelen ’s nachts (van 22:15u tot 07:30u) ingenomen om onder meer zijn slaap te bevorderen. Het innemen van communicatiemiddelen wordt niet gebruikt om klager, op welke manier dan ook, te chanteren. De beslissing om de telefoon en laptop weer terug te geven wordt genomen op basis van proportionaliteit en staat los van het al dan niet innemen van medicatie, zoals klager meent. 

Beoordeling 

Ter uitvoering van de zorgmachtiging zijn ten aanzien van klager meerdere vormen van verplichte zorg toegepast. De toepassing hiervan is neergelegd in de schriftelijke beslissing van 23 januari 2024 van de zorgverantwoordelijke waartegen de klacht gericht is. 

De zorgverantwoordelijke kan ter uitvoering van een hier aan de orde zijnde zorgmachtiging op grond van artikel 8:9 Wvggz beslissen tot het verlenen van verschillende vormen van verplichte zorg. 

Aan de uitvoering van verplichte zorg stelt de wet een groot aantal inhoudelijke en formele eisen. Uit artikel 3:3 en 3:4 van de Wvggz volgt dat verplichte zorg verleend kan worden indien het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel en: 

  1. er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn; 
  2. er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn; 
  3. het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg evenredig is; en 
  4. redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. 

Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat klager lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type. De Commissie neemt hierbij in aanmerking dat de rechtbank bij beschikking van 11 december 2023 reeds heeft vastgesteld dat sprake is van een psychische stoornis. 

Nu tevens voldoende vaststaat dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan, mits wordt voldaan aan de eisen die de wet daaraan stelt, aan klager verplichte zorg worden verleend ter afwending of voorkoming van ernstig nadeel. 

Naar het oordeel van de Commissie heeft verweerder voldoende overtuigend uiteengezet dat een behandeling met medicatie voor situaties waarin klager verkeert de meest aangewezen behandeling is. Uit de stukken is gebleken dat klager in de periode vanaf 2020 veelvuldig opgenomen is geweest vanwege psychotische decompensatie die veelal werden geluxeerd door therapie-ontrouw en middelengebruik. Wanneer klager psychisch decompenseert, vertoont hij gedrag dat leidt tot ernstig nadeel voor klager zelf en voor anderen. Klager heeft daarom baat bij een behandeling met onder andere medicatie. Een dergelijke behandeling kan gepaard gaan met negatieve bijwerkingen voor klager, wat het begrijpelijk maakt dat klager zich daartegen verzet. De door klager ervaren bijwerkingen wegen naar het oordeel van de Commissie echter niet op tegen de voordelen ervan, namelijk het afwenden van ernstig nadeel. Daaraan voegt de Commissie toe dat uit het zorgplan blijkt dat er wordt gezocht naar de dosering die de bijwerkingen zal minimaliseren maar de werking nog wel goed laat zijn. Klager moet daarbij wel meewerken aan urinecontroles om te voorkomen dat hij weer start met het gebruiken van cannabis. Hieruit blijkt eveneens dat rekening gehouden wordt met de wensen en voorkeuren van klager. 

Voorts is de Commissie van oordeel dat het aan klager opgelegde kamerprogramma, welke toepassing in het onderhavige geval insluiting met zich brengt, terecht is gelet op het ernstig nadeel dat werd gezien door de zorgverleners. Verweerder heeft dienaangaande naar voren gebracht dat in het begin van de opname de spanningen soms geleidelijk, soms plotseling opliepen. Gezien dit beeld acht de Commissie het begrijpelijk dat verweerder het belang van de veiligheid van de medewerkers en medepatiënten liet prevaleren boven het belang van klager om gevrijwaard te blijven van extra beperkingen. De Commissie begrijpt dat de insluiting inmiddels is opgeheven en dat klager, afhankelijk van het toestandsbeeld, naar zijn kamer gewezen kan worden en dat klager zich daar thans niet tegen verzet. 

Voor wat betreft de inname van telefoon en laptop is de Commissie genoegzaam gebleken dat sprake was van een situatie op grond waarvan verweerder heeft kunnen besluiten tot het innemen van de telefoon en laptop. Hoewel de telefoon enige tijd was ingenomen vanwege het – door klager ontkend – opdragen aan medecliënten hem geld te sturen middels betaalverzoeken, is de beperking in het gebruik van communicatiemiddelen met name ingegeven door het feit dat klager ’s nachts weinig sliep vanwege het gebruik van zijn telefoon en laptop, terwijl klager juist gebaat is bij voldoende slaap en rust. Dat er voor verweerder andere, minder ingrijpende middelen voorhanden waren om hetzelfde doel te bereiken als met de beperking, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat klager door de behandelaren is gechanteerd in die zin dat klager zijn telefoon en laptop pas zou terugkrijgen als hij zou meewerken aan zijn behandeling. Het kan zijn dat klager het weliswaar als zodanig ervaren heeft, maar verweerder heeft dat verwijt voldoende weerlegd. 

Het geheel overziend zal de Commissie de klacht tegen het verlenen van verplichte zorg in al haar onderdelen ongegrond verklaren. 

Schadevergoeding

De Commissie komt niet toe aan het beoordelen van het verzoek tot schadevergoeding, nu de klachten van klager ongegrond verklaard worden. Het verzoek tot schadevergoeding zal daarom worden afgewezen. 

De beslissing

De Commissie: 

  • verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond
  • wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

De beslissing is op 12 februari 2024 mondeling medegedeeld aan partijen.

De schriftelijke beslissing is op 21 februari 2024 aan betrokkenen verzonden. 

Deze beslissing is gegeven door mevrouw X., mevrouw X., lid psychiater en mevrouw X., lid voorgedragen door de Cliëntenraad, bijgestaan door de heer X., ambtelijk-secretaris.

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u uw bezwaren tegen de beslissing binnen zes weken na de datum van verzending van de *(oorspronkelijke) beslissing voorleggen aan de rechtbank. Let alleen wel: aan deze procedure bij de rechtbank zijn voor u kosten verbonden.