Ongegronde klacht over medicatie, opname in een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken    

Betreft: BESLISSING

Inzake: de klacht van de heer A., gedateerd 25 april 2024, dezelfde dag bij 

de Klachtencommissie binnengekomen, met nummer 2404-52

Datum: 6 mei 2024

Inleiding

De Klachtencommissie is op 6 mei 2024 bijeengekomen ter behandeling van de klacht van de heer A. (hierna: klager) tegen B. (zorgaanbieder) (hierna: verweerder), met nummer 2404-52. 

De klacht gaat over het nakomen van een verplichting over een beslissing op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Aanwezig

Klager: de heer A.;

bijgestaan door: de heer C., patiëntenvertrouwenspersoon (pvp); en

een tolk Engels. 

Zorgaanbieder: Kliniek D., onderdeel 

van B., vertegenwoordigd door mevrouw E., psychiater; en

mevrouw F., co-assistent.

Stukken

De Klachtencommissie, hierna te noemen de Commissie, heeft bij de behandeling van de klacht de beschikking gehad over de volgende stukken:

  1. de klacht, binnengekomen op 25 april 2024;
  2. de reactie van verweerder; en
  3. gegevens uit het medisch/verpleegkundig dossier van klager.

Samenvatting

De klacht houdt in dat klager zich niet kan vinden in het besluit van verweerder tot

1)    toediening van medicatie;

2)    opname in een accommodatie; en

3)    beperking van de bewegingsvrijheid.                 .

De Commissie komt tot het oordeel dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. 

Het verzoek van klager tot vergoeding van zijn schade wordt afgewezen. 

De feiten en omstandigheden

Op grond van de stukken staat voor de Commissie het volgende vast. 

Bij beschikking van 16 april 2024 heeft de Rechtbank G. (hierna: de rechtbank) besloten voor klager een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. De machtiging voorziet onder andere in het verplicht kunnen toedienen van medicatie aan klager, het verplicht kunnen opnemen van klager in een accommodatie en het verplicht kunnen beperken van zijn bewegingsvrijheid. Inmiddels is (tijdig) een aanvraag tot een zorgmachtiging ingediend. Indien die door de rechtbank wordt toegewezen, wordt de geldigheidstermijn van de huidige machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlengd. In het kader van deze aanvraag is klager opnieuw door een onafhankelijke psychiater beoordeeld. Deze zou volgens de behandelaren hebben geconcludeerd dat nog sprake is van een psychische stoornis, die ernstig gevaar veroorzaakt dat alleen via een zorgmachtiging kan worden voorkomen.

Ten aanzien van de noodzaak van verplichte zorg in het kader van de voortzetting van de crisismaatregel heeft de rechtbank overwogen dat (letterlijk overgenomen):

“Betrokkene kampt met een psychotische episode. Als gevolg hiervan is de realiteitstoetsing gestoord en is er sprake van een kritiekstoornis met overwaardering van het eigen kunnen. Er ontstond een fysiek conflict tussen partner en betrokkene doordat hij probeerde een duivel te bezweren die in partner zou zitten. Betrokkene dreigt nu dakloos te geraken omdat zijn

partner hem niet meer in huis wil, waardoor er sprake is van acute maatschappelijke teloorgang. Betrokkene zegt dat hij bij vrienden kan overnachten, maar er zijn sterke twijfels of dat wel echt zo is. De partner van betrokkene heeft verklaard dat betrokkene kennissen en vrienden aan het stalken is en dat hij hierbij behoorlijk grensoverschrijdend is. Tevens is betrokkene gestopt met het nemen van zijn HIV-medicatie omdat hij het idee heeft dat hij hiervan genezen is met het risico op ernstige lichamelijke schade. Gelet op wat de arts tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, is de rechtbank ervan overtuigd dat dit dreigend ernstig nadeel zich onmiddellijk opnieuw voor zal doen indien hij niet dan wel onvoldoende wordt behandeld voor zijn psychotische klachten en te snel de kliniek verlaat. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hiermee wordt voldaan aan het vereiste van

onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, hetgeen gelegen is in:

– ernstig lichamelijk letsel;

– ernstige psychische schade;

– ernstige materiële schade; -maatschappelijke teloorgang;

– de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.”

Overeenkomstig artikel 8:9 lid 2 Wvggz is klager op 13 en 17 april 2024 door de zorgverantwoordelijke schriftelijk in kennis gesteld van de beslissingen tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. In de schriftelijke kennisgevingen is onder meer ‘het toedienen van medicatie, het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid’ aangekruist als de aan hem te verlenen vormen van verplichte zorg. 

De beslissing van 17 april 2024 vermeldt dat het verlenen van verplichte zorg noodzakelijk is omdat:

“You are currently suffering from a manic-psychotic episode which may be related to either drug use or a schizoaffective disorder. You have delusional thoughts about your ex-partner and therefore he is no longer able to care for you. In the past weeks you have not been sleeping and eating sufficiently and you have stopped taking your hiv-medication. Your lost your job and your home, so there is danger of social decline.”

De behandelaar komt in deze beslissing verder tot het oordeel dat klager wilsonbekwaam is ter zake van het nemen van beslissingen over de zorg die hij nodig heeft, omdat

“You are able to verbally and non-verbally express your opinion and make choices. Due to your manic-psychotic episode, you are not able to adequately reason why you need acute psychiatric care, because your thinking is obstructed by your delusional beliefs with regard to your mental health. You are not able to adequately appraise your current situation.”

De klacht

Klager verzet zich tegen de volgende beslissingen van de zorgaanbieder, naar aanleiding van de hierboven genoemde machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel:

  • toediening van medicatie; 
  • opname in een accommodatie; en 
  • beperking van de bewegingsvrijheid.

Schorsingsverzoek 

Klager heeft de Commissie verzocht de bestreden beslissingen van de zorgaanbieder te schorsen. 

Naar het oordeel van de Commissie heeft de zorgaanbieder in zijn verweer voldoende aannemelijk gemaakt dat zowel de uitvoering van de beslissing tot opname in de instelling als die van de beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid niet geschorst kan worden ter voorkoming van ernstig nadeel. De Commissie heeft dan ook geen aanleiding gezien het schorsingsverzoek op deze punten in te willigen en heeft daarop in een aparte beslissing, gedateerd 1 mei 2024, het schorsingsverzoek voor de uitvoering van deze twee vormen van verplichte zorg afgewezen.

Inzake de toediening van medicatie heeft de zorgaanbieder de Commissie geïnformeerd dat de uitvoering van deze vorm van verplichte zorg gestaakt zal worden tot aan de hoorzitting van 6 mei 2024, in afwachting van een beslissing van de Commissie. De verweerder heeft daaraan toegevoegd dat schorsing ‘zeer sterk tegen het advies van de behandelaren in’ is.

Schadevergoeding

Klager wenst een schadevergoeding te ontvangen voor het besluit waarmee hij het niet eens is. Bij gegrondverklaring van de klacht zal hij dit verzoek om schadevergoeding met een nieuw document onderbouwen.

Het standpunt van klager

Klager zegt dat hij geen medicatie nodig heeft omdat hij geen psychische stoornis en geen manische episode heeft. Hij heeft wel eerder mentale problemen gehad, maar van een stoornis is nooit sprake geweest. Evenmin is hij eerder in H. verplicht opgenomen geweest vanwege zijn geestelijke gezondheid. De behandelaars stellen dat sprake is van een manische episode omdat hij snel praat en denkt. Dit standpunt wordt door klager bestreden, omdat dit volgens klager deel is van zijn persoonlijkheid. Hij is intelligent en heeft altijd al snel gedacht en gesproken. Omdat de behandelaars maar weinig tijd voor hem hebben, moet hij ook wel snel praten als hij hen spreekt, omdat hij anders niet alles kan zeggen en vragen wat hij wil. Behalve dat klager denkt de medicatie niet nodig te hebben, is hij ook bang dat hij verslaafd zal raken aan de medicatie. Hij heeft in het verleden met verslaving te maken gehad en wil dat absoluut niet nogmaals meemaken.

Klager is ook van mening dat de beperkingen in zijn bewegingsvrijheid niet nodig zijn. Inmiddels zijn zijn vrijheden uitgebreid ten opzichte van het moment dat hij zijn klaagschrift indiende. Maar klager vindt ook de resterende beperkingen niet nodig. Klager zegt dat hij afspraken kan maken over zijn bewegingen buiten de kliniek en hij zich daar ook aan kan houden. Hij is geenszins van plan om middelen te gebruiken wanneer hij buiten de kliniek verblijft. 

Over zijn opname merkt klager op dat geen sprake is van ernstig nadeel omdat hij geen gevaar is voor zichzelf of een ander. Hij is opgenomen in de kliniek vanwege de leugens van zijn ex-partner. Hij weerspreekt dat hij is ontslagen in zijn vorige baan. Hij zou zelf ontslag hebben genomen. Bovendien stelt hij een nieuwe baan te hebben, waarvoor hij zijn leven buiten de kliniek moet kunnen leiden. Er is volgens hem geen reden hem langer in de kliniek te houden.

Het standpunt van verweerder

De behandelaars hebben zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat de opname in de kliniek, de beperking van de bewegingsvrijheid en de toediening van medicatie noodzakelijk zijn ter afwending van ernstig nadeel. De behandelaren hebben het navolgende aan dit standpunt ten grondslag gelegd. 

Volgens de behandelaars lijdt klager aan een manisch-psychotische episode. Zij zeggen dat het noodzakelijk is dat deze met antipsychotische medicatie wordt behandeld, omdat het herstel anders langer duurt, en moeizamer zal zijn. Ook is het schadelijk voor de hersenen als de episode langer duurt. De verstrekte medicatie (olanzapine) heeft geen verslavend effect. Klager is bij binnenkomst in de kliniek al kort met deze medicatie behandeld, maar toen klager zijn klacht indiende, hebben de behandelaars de medicatie – tegen hun eigen advies in – tijdelijk gestaakt. In de korte periode dat klager de medicatie daarvóór wel gebruikte, zagen de behandelaars nog onvoldoende resultaat. Klager moet de medicatie langer gebruiken om te kunnen zien of deze voldoende effect heeft. 

De manisch-psychotische episode van klager uit zich volgens de behandelaars in snel praten en snel denken, grootheidswanen, religieuze wanen en ideeën inzake bezweringen, het vertonen van weinig tot geen ziekte-inzicht, en het niet kunnen reflecteren op wat er is gebeurd. Op 1 mei 2024 heeft een beoordeling van klager door een onafhankelijk psychiater plaatsgevonden. Met deze medische verklaring is inmiddels een zorgmachtiging voor klager aangevraagd. 

De behandelaars stellen dat de opname van klager noodzakelijk is om hem goed in te stellen op de antipsychotische medicatie. Bovendien is buiten de kliniek sprake van ernstig nadeel. Klager heeft onder meer spullen vernield in het huis van zijn ex-partner waardoor deze zich niet veilig voelde in zijn eigen huis; klager neemt zijn J.-medicatie wisselend in omdat hij meent genezen te zijn van J.; klager is zijn baan en woning kwijtgeraakt en maakt schulden. Omdat klager bij opname in de kliniek duidelijk zei dat hij daar niet wilde zijn, zijn de behandelaars extra voorzichtig geweest met de uitbreiding van de vrijheden van klager. Toen klager zijn klacht indiende mocht hij twee keer per dag een half uur wandelen onder begeleiding. De behandelaars hebben zijn vrijheden sindsdien uitgebreid op geleide van het toestandsbeeld. Inmiddels mag klager twee keer per dag een uur onbegeleid naar buiten en dat gaat goed. Uitbreiding zal verder op geleide van het beeld plaatsvinden. 

Het ernstige nadeel dat afgewend dient te worden bestaat volgens de behandelaars derhalve uit het ernstig risico op maatschappelijke teloorgang, ernstig lichamelijk en psychisch letsel van klager zelf, agressie jegens derden en de situatie dat klager met zijn gedrag de agressie van anderen oproept. 

Overwegingen en oordeel

Onder de Wvggz kan, indien sprake is van verzet, op grond van een crisismaatregel, een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel of een zorgmachtiging, niettemin verplichte zorg worden verleend voor zover aannemelijk is dat – kort samengevat – het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. De verplichte zorg dient doelmatig te zijn en in verhouding te staan tot het te bereiken doel. Ook mag er geen minder belastend alternatief beschikbaar zijn. Deze behandeling dient, blijkens het gestelde in artikel 8:9 Wvggz, plaats te vinden krachtens een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke. 

Bovenstaand in acht nemend overweegt de Commissie als volgt. 

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat klager lijdt aan een psychische stoornis, te weten een manisch-psychotische decompensatie, het waarschijnlijkst passend bij een bipolaire I-stoornis of schizoaffectieve stoornis. Hoewel klager de stoornis ontkent, heeft de Commissie geen reden te twijfelen aan deze op een medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. 

Er is sprake van een groot risico op onder meer ernstig lichamelijk letsel van klager zelf of van derden, maatschappelijke teloorgang en op de situatie dat klager met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept indien geen verbetering in zijn toestandsbeeld optreedt. Daarmee staat voor de Commissie vast dat het gedrag van klager als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot acuut dreigend ernstig nadeel. Ter afwending van dit ernstig nadeel heeft klager zorg nodig.

De Commissie is verder van oordeel dat de behandelaars in redelijkheid hebben kunnen beslissen dat het ernstig nadeel niet zonder opname in de kliniek, beperking van de bewegingsvrijheid en toediening van (antipsychotische) medicatie kan worden afgewend en dat deze vormen van verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief zijn. De Commissie weegt hierbij mee dat de behandelaars de beperkingen in de bewegingsvrijheid van klager op geleide van het toestandsbeeld hebben laten afnemen, en hebben toegezegd dit beleid te zullen continueren. 

De Commissie heeft kunnen vaststellen dat er een geldige machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel aanwezig is die voorziet in de door de zorgverantwoordelijke toe te passen vormen van verplichte zorg, en dat klager, conform het gestelde in artikel 8:9 Wvggz, op deugdelijke wijze schriftelijk gemotiveerd geïnformeerd is over de (bestreden) gedwongen behandeling.

Het geheel overziend is de Commissie van oordeel dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond moet worden verklaard.

Schadevergoeding

Nu de klacht ongegrond zal worden verklaard, is er naar het oordeel van de Commissie geen aanleiding tot toekenning van een schadevergoeding. 

Beslissing

De Commissie: 

  • verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond;
  • wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beslissing is op 7 mei 2024 telefonisch aan betrokkenen meegedeeld. 

De schriftelijke beslissing is op 14 mei 2024 aan betrokkenen verzonden. 

De geanonimiseerde beslissing zal worden gepubliceerd op wvggzklachten.nl

Deze beslissing is gegeven door X., voorzitter, X., lid psychiater, en X., lid voorgedragen door de Cliëntenraad, bijgestaan door X., ambtelijk-secretaris.

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u uw bezwaren tegen de beslissing binnen zes weken na de datum van verzending van de beslissing voorleggen aan de rechtbank. 

Let alleen wel: aan deze procedure bij de rechtbank zijn voor u kosten verbonden.