Ongegronde klacht over medicatie als vorm van verplichte zorg


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken    

Betreft: BESLISSING

Inzake: de klacht van de heer A., gedateerd 19 december 2023, door de

Klachtencommissie ontvangen op 19 december 2023, nummer 2312-156

Datum: 15 januari 2024

Inleiding

De Klachtencommissie is op 15 januari 2024 bijeengekomen ter behandeling van de klacht van de heer A., tegen B.

Het betreft een procedure op grond van artikel 10:3 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

 

Aanwezig

Klager: de heer A. (hierna klager);

bijgestaan door: de heer C., patiëntenvertrouwenspersoon (pvp)

Zorgaanbieder: B., vertegenwoordigd door D., psychiater

 

Stukken

De klachtencommissie, hierna te noemen de Commissie, heeft bij de behandeling van de klacht de beschikking gehad over de volgende stukken:

  1. het klaagschrift, gedateerd 19 december 2023;
  2. het verweerschrift, gedateerd 22 december 2023;
  3. gegevens uit het (medisch/verpleegkundig) dossier van klager.

Samenvatting

De klacht houdt samengevat in dat klager zich niet kan vinden in het besluit van 5 december 2023 tot toediening van een (te) hoge dosering medicatie als vorm van verplichte zorg. Zijn bezwaren richten zich ook tegen het feit dat hij verplicht wordt de medicatie onder toezicht in te nemen bij de Kliniek E. en dat hij door de inname van de medicatie somatische complicaties ervaart. 

De Commissie komt alles afwegende tot het oordeel dat de klachtonderdelen ongegrond zijn. 

De feiten en omstandigheden

De Commissie gaat bij de beoordeling van de klacht uit van de volgende feiten en omstandigheden. 

In de beschikbare gegevens staat vermeld dat klager bekend is met schizofrenie, ASS en OCD. Verder is er sprake geweest van middelengebruik. Vanaf 2003 is er sprake van meerdere (langdurige) opnamen met ernstige agressieve incidenten. Sinds begin 2023 woont klager zelfstandig. Hij ontvangt ambulante zorg van F..

Bij beschikking van 7 juli 2023 heeft de Rechtbank G. (hierna de rechtbank) ten aanzien van klager een zorgmachtiging verleend voor de duur van een jaar voor – onder andere – het toedienen van medicatie. Ten aanzien van de noodzaak tot verplichte zorg wordt vermeld dat sprake is (geweest) van gevaar voor anderen en zichzelf én het gevaar van mogelijke maatschappelijke teloorgang. 

Van medio september 2023 tot medio oktober 2023 is klager vrijwillig opgenomen geweest waarbij, conform zijn verzoek, de voorgeschreven Fluxovamine is afgebouwd en de Clozapine is verhoogd. 

Overeenkomstig artikel 8:9 lid 2 Wvggz is klager op 5 december 2023 door de zorgverantwoordelijke schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg. In de schriftelijke kennisgeving zijn onder andere ‘het toedienen van medicatie’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ aangekruist als de aan hem te verlenen vormen van verplichte zorg.  

De behandelaar komt in deze beslissing verder tot het oordeel dat klager wilsonbekwaam is ter zake van het nemen van beslissingen over de zorg die hij nodig heeft. Er is op dit moment geen wettelijk vertegenwoordiger. B. zal zoeken naar een passend wettelijk vertegenwoordiger.   

De klacht

Klager is het niet eens met: 

1) het besluit van de instelling om een (te) hoge dosering medicatie voor te schrijven;

2) het besluit van de instelling om hem te verplichten de medicatie onder toezicht in te nemen; en

3) het feit dat de voorgeschreven medicatie volgens hem een barbituraat is en klager nare somatische bijwerkingen van de medicatie ervaart. 

Schadevergoeding

Klager wenst een schadevergoeding te ontvangen. Bij gegrondverklaring van de klacht zal hij dit met een nieuw document onderbouwen.

Het standpunt van klager

Ad 1) 

Ter toelichting merkt klager op dat zijn behandelaren steeds naar het verleden verwijzen, maar dat het al lange(re) tijd goed met hem gaat. Hij gebruikt (bijna) geen middelen meer (eenmaal per maand amfetamine en heeft het cannabisgebruik verminderd) en hij heeft al jaren geen delicten gepleegd. Klager vervolgt dat dit dan ook allemaal verleden tijd is en dat hij nu best een leuk leven leidt. Zo woont hij sinds maart 2023 zelfstandig. Dit vindt hij erg prettig. Verder had hij, toen hij nog in een woning van de kliniek woonde, lange tijd het idee dat verschillende medewerkers van de instelling tegen hem samenspanden. Nu hij – gelukkig – ergens anders alleen in een eigen woning woont, kan hij dat achter zich laten. Hij is daarnaast ook serieus op zoek naar een baan. Hiervoor heeft hij al een keer contact opgenomen met het UWV. Hij vindt dan ook dat zijn behandelaar zijn situatie erger maakt dan het is. 

Klager vervolgt dat, ondanks dat het beter met hem gaat, hij helaas nog wel gehinderd wordt door de bijwerkingen van de medicatie. Hij is ervan overtuigd dat de door hem ervaren bijwerkingen meer naar de achtergrond zullen verdwijnen als de dosering van de Clozapine wordt verlaagd. Hij zal dan beter kunnen denken, minder slapen en sociaal vaardiger zijn. Het is volgens hem dan ook tijd dat de dosering van de Clozapine op korte termijn wordt verlaagd naar 425 mg in plaats van 450 mg.

Ad 2)

Klager vindt dat hij de voorgeschreven medicatie niet iedere dag onder toezicht van medewerkers in de kliniek E. hoeft in te nemen. Hij neemt de voorgeschreven  medicatie namelijk altijd zelf in. Op het moment dat hij onverhoopt niet gemotiveerd is om dat te doen, gaat hij hierover het gesprek aan met zijn behandelaar. Dat heeft hij eerder ook gedaan. Hij zal nooit zomaar, zonder overleg, stoppen met de inname van de medicatie. 

Verder vindt hij het vervelend dat het hem iedere dag minimaal drie kwartier à een uur tijd kost om naar de kliniek te gaan. En omdat dit in de avond is, voelt hij zich daarenboven niet altijd even veilig, omdat hij verslaafden tegenkomt op straat in de avond. Hij wil daarnaast gewoon zijn eigen tijd in kunnen delen. Zeker op het moment dat hij een baan heeft, kan hij ook niet meer iedere dag naar de kliniek om de medicatie in te nemen. Hij vervolgt dat hij niet wil dat de wijkverpleging naar zijn huis komt om de medicatie aan hem te geven; dat vindt hij een inbreuk op zijn privacy. Tot slot heeft klager aangeven dat hij heeft gezien en ziet dat er andere cliënten zijn die de voorgeschreven medicatie al veel sneller in eigen beheer krijgen. Hij vindt dat niet eerlijk. 

Ad 3)

Klager stelt dat een behandeling met barbituraten verboden is en dat hij somatische bijwerkingen van de medicatie ervaart die samenhangen met eerdere operaties. Zo heeft hij last van problematiek met betrekking tot zijn ontlasting. Ook dit is volgens klager een reden om de dosering van de medicatie te verlagen. 

Het standpunt van verweerder

De behandelaren hebben zich kort gezegd op het standpunt gesteld dat (het toedienen van) medicatie volstrekt noodzakelijk is ter afwending van ernstig nadeel en dat klager op het moment dat de beslissing hierover werd genomen wilsonbekwaam was ter zake. Het navolgende is aan dit standpunt ten grondslag gelegd. 

Ad 1)

De zorgverantwoordelijke heeft opgemerkt dat zij ziet dat het beter gaat met klager. Zij is echter van oordeel dat de voorgeschreven medicatie volstrekt noodzakelijk is ter afwending en voorkoming van (bovengenoemd mogelijk) ernstig nadeel. Overeenkomstig artikel 8:9 Wvggz is klager op 5 december 2023 dan ook door de zorgverantwoordelijke schriftelijk geïnformeerd over de beslissing om over te gaan tot verplichte zorg in de vorm van het – onder toezicht – toedienen van medicatie. Op 11 oktober 2023 was de spiegel 0,39, wat aan de onderkant van het therapeutisch venster zit (0,35-0,70). De zorgverantwoordelijke vindt een spiegel van Clozapine van 0,4 het minimum voor klager. Tijdens de hoorzitting heeft de zorgverantwoordelijke toegezegd dat klager op korte termijn uitgenodigd zal worden om een nieuwe spiegel Clozapine te bepalen. Hierna zal zij zo nodig contact opnemen met klager en bespreken wat de (on)mogelijkheden zijn ten aanzien van de dosering van de Clozapine. 

Ten aanzien van de bijwerkingen is opgemerkt dat de zorgverantwoordelijke het vervelend vindt dat klager bijwerkingen ervaart. Deze worden echter wel proportioneel geacht aangezien met de medicatie een (mogelijke) psychotische ontregeling wordt voorkomen.

Ad 2)

De zorgverantwoordelijke heeft opgemerkt dat zij het noodzakelijk vindt dat klager de medicatie onder toezicht inneemt. Hiervoor is verwezen naar de voorgeschiedenis en het feit dat klager het nu niet eens is met de dosering. Zij heeft een alternatief aan klager voorgesteld, te weten dat de wijkverpleging dagelijks bij klager langs kan komen om de medicatie te verstrekken. Klager vindt dit echter geen goed alternatief. 

Ad 3)

De zorgverantwoordelijke heeft aangegeven dat Clozapine geen barbituraat is. Verder is opgemerkt dat de lichamelijke bijwerkingen serieus worden genomen, vandaar ook dat de Fluvoxamine is afgebouwd. Daarnaast is er veelvuldig overleg met de huisarts. Er zijn op dit moment geen somatische complicaties (meer) geconstateerd. 

Overwegingen en oordeel

Ad 1 en 2) 

De Commissie behandelt deze klachtonderdelen, gelet op de onderlinge samenhang, samen. 

Klager stelt zich, gelet op de inhoud van het klaagschrift en de ter zitting gegeven toelichting, voor zover van belang en naar de Commissie begrijpt, op het standpunt dat hij het niet eens is met de beslissing dat hij een gedwongen behandeling met antipsychotische medicatie aangezegd heeft gekregen, waarbij hij klaagt over de – volgens hem –  te hoge dosering.  Tevens klaagt hij erover dat hij de medicatie onder toezicht moet innemen. 

Onder de Wvggz kan, indien sprake is van verzet, niettemin op grond van een rechterlijke beslissing verplichte zorg worden verleend voor zover aannemelijk is dat – eenvoudig gezegd – het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. De verplichte zorg dient doelmatig te zijn en in verhouding te staan tot het te bereiken doel. Ook mag er geen minder belastend alternatief beschikbaar zijn. Deze behandeling dient blijkens het gestelde in de Wvggz, plaats te vinden krachtens een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke. 

Bovenstaand in acht nemend overweegt de Commissie als volgt. 

Uit de overgelegde stukken is volgens de Commissie gebleken dat klager lijdt aan een psychische stoornis. De rechtbank heeft bij afgifte van de zorgmachtiging al geoordeeld dat er sprake is van ernstig nadeel, te weten mogelijk gevaar voor hemzelf, gevaar voor anderen en maatschappelijke teloorgang indien geen verbetering in het toestandsbeeld van klager optreedt. Ter afwending van dit ernstig nadeel heeft klager volgens de rechtbank zorg nodig. Bij de beoordeling van de klacht moet de Commissie beoordelen of er voor de behandelaar voldoende gronden waren om tot uitvoering van verplichte zorg over te gaan. 

Anders dan klager heeft aangevoerd heeft de zorgverantwoordelijke de Commissie er in voldoende mate van weten te overtuigen dat een behandeling met Clozapine de meest aangewezen behandeling is, in die zin dat met de huidige dosering van de medicatie op dit moment voorkomen kan worden dat klager vanuit zijn stoornis ernstig nadeel veroorzaakt dan wel het ernstig nadeel afgewend kan worden. In het verleden is al gezien dat een behandeling met Clozapine een goed effect heeft (gehad) op het toestandsbeeld van klager. Het valt verder niet te verwachten dat een andere, minder ingrijpende, behandeling het ernstig nadeel kan wegnemen. Bij de keuze van het middel heeft de zorgverantwoordelijke voor zover mogelijk ook rekening gehouden met de wensen en voorkeuren van betrokkene. De bezwaren van klager tegen de medicatie zijn door verweerder ook serieus genomen, met dien verstande dat bijvoorbeeld de Fluvoxamine conform het verzoek van klager is afgebouwd. 

In het verlengde hiervan merkt de Commissie op dat zij zich realiseert dat het feit dat klager de medicatie onder toezicht moet innemen voor klager ongemak met zich meebrengt. De zorgverantwoordelijke heeft naar het oordeel van de Commissie echter voldoende aannemelijk gemaakt dat, anders dan door klager is betoogd, hij op dit moment zijn medicatie nog onder toezicht moet innemen. Zo is klager niet akkoord met de huidige dosering en heeft hij mogelijk onvoldoende besef van de relatie tussen zijn psychische aandoening en het (mogelijke) gevaar als hij de medicatie niet conform het voorschrift inneemt. 

Hier voegt de Commissie aan toe dat de zorgverantwoordelijke desgevraagd heeft bevestigd dat klager het tijdstip dat hij naar de kliniek komt kan wijzigen als dat beter uitkomt of dat een wijkverpleegkundige naar hem thuis komt voor de inname van de medicatie.  

Verder is van belang dat klager conform het gestelde in artikel 8:9 Wvggz op deugdelijke wijze schriftelijk gemotiveerd is geïnformeerd over de gedwongen behandeling met medicatie en het feit dat hij de medicatie onder toezicht moet innemen. 

 Het geheel overziend is de Commissie van oordeel dat deze onderdelen van de klacht  ongegrond moeten worden verklaard.  

Ad 3)

De zorgverantwoordelijke heeft de Commissie geïnformeerd dat Clozapine geen barbituraat is. Daarnaast heeft de zorgverantwoordelijke de Commissie geïnformeerd dat er veelvuldig overleg is met de huisarts van klager over eventuele lichamelijke bijwerkingen en dat er  geen aanwijzingen zijn dat deze op het moment aanwezig zijn. 

Het geheel overziend is de Commissie van oordeel dat dit onderdeel van de klacht  ongegrond moet worden verklaard.  

Beslissing

De Commissie: 

  • verklaart de klachtonderdelen ongegrond
  • wijst het verzoek tot vergoeding van de schade af.

De beslissing is op 16 januari 2024 telefonisch aan alle betrokkenen meegedeeld. 

De schriftelijke beslissing is op 24 januari 2024 aan betrokkenen verzonden.

De geanonimiseerde beslissing zal worden gepubliceerd op wvggzklachten.nl

Deze beslissing is gegeven door mevrouw X., voorzitter, mevrouw X., lid, psychiater en mevrouw X., lid voorgedragen door de Cliëntenraad, bijgestaan door mevrouw X., secretaris-jurist.

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u uw bezwaren tegen de beslissing binnen zes weken na de datum van verzending van de (oorspronkelijke) beslissing voorleggen aan de rechtbank. 

Let alleen wel: aan deze procedure bij de rechtbank zijn voor u kosten verbonden.