Ongegronde klacht over beslissing GD op overplaatsingsverzoek


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken 

Betreft: BESLISSING   

Inzake: de klacht van de heer A., gedateerd 27 november 2023, bij de klachtencommissie binnengekomen op 28 november 2023, nummer 2311-148

Datum: 11 december 2023 

Inleiding

Met een klaagschrift, gedateerd 27 november 2023, bij de Klachtencommissie binnengekomen op 28 november 2023, heeft de heer A. (hierna: klager) een klacht ingediend bij Klachtencommissie GGZ Amsterdam e.o. (hierna: de Commissie) tegen B. (hierna: de zorgaanbieder). De Commissie heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat de Commissie de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 

Stukken

De Commissie heeft bij de behandeling van de klacht de beschikking gehad over de volgende stukken:

  1. het klaagschrift;
  2. het verweerschrift van mevrouw C., geneesheer-directeur bij de zorgaanbieder; en
  3. gegevens uit het medisch/verpleegkundig dossier van de heer A..

Samenvatting

De klacht houdt in dat klager zich niet kan vinden in het besluit van de geneesheer-directeur tot

1) afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg; en

2) afwijzing van het verzoek tot verandering van zorgaanbieder.

De Commissie komt tot het oordeel dat het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk is en het tweede klachtonderdeel ongegrond. 

De feiten

Op grond van de stukken staat volgens de Commissie het volgende vast. 

Bij beschikking van 7 februari 2023 heeft de Rechtbank D. (hierna: de rechtbank) ten aanzien van de heer A. een zorgmachtiging verleend voor – onder andere – het toedienen van medicatie, voor de duur van twaalf maanden, dus tot en met 7 februari 2024.

Ten aanzien van de noodzaak van verplichte zorg heeft de rechtbank overwogen dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Volgens de rechtbank heeft de heer A. geen ziektebesef en -inzicht en betwist hij de diagnose en de noodzaak van medicatie. Voor de zorgaanbieder is dit reden om de medicatie onder toezicht te verstrekken. Nu hij de noodzaak van de behandeling betwist, zal hij bij het ontbreken van een machtiging zijn medicatie-inname staken of naar eigen inzicht bijstellen. Volgens de psychiater zal dit snel weer ernstig nadeel tot gevolg hebben. Volgens de psychiater is de toestand van de heer A. ook met de machtiging niet echt stabiel te noemen, aldus de rechtbank. 

Overeenkomstig artikel 8:9 lid 2 Wvggz is de heer A. op 5 oktober 2023 door de zorgverantwoordelijke schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de zorgmachtiging. In de schriftelijke kennisgeving is ‘het toedienen van medicatie’ aangekruist als de aan hem te verlenen vorm van verplichte zorg. 

Bij de Commissie is op 16 oktober 2023 een klacht van klager tegen de zorgaanbieder binnengekomen over het uitvoeren van verplichte zorg in de vorm van toediening van medicatie. Deze klacht met kenmerk 2310-134 is door de Commissie behandeld in een hoorzitting op 6 november 2023, en door de Commissie ongegrond verklaard. 

Klager heeft eind oktober 2023 ook twee verzoeken bij de geneesheer-directeur van de zorgaanbieder ingediend: een verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg en een verzoek om de uitvoering van de verplichte zorg toe te wijzen aan een andere zorgaanbieder. De geneesheer-directeur heeft deze verzoeken op 26 oktober 2023 respectievelijk 27 oktober 2023 afgewezen. Vervolgens heeft klager de onderhavige klacht ingediend bij de Commissie. 

De klacht en het standpunt van klager/klaagster 

Klager kan zich niet vinden in het besluit van de geneesheer-directeur tot

1) afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg; en

2) afwijzing van het verzoek tot verandering van zorgaanbieder.

Klager zegt in zijn klaagschrift en in zijn verzoeken aan de geneesheer-directeur dat zijn behandelend psychiater bij haar diagnose en behandeling uitgaat van een verkeerde, subjectieve voorstelling van zaken. De psychiater baseert zich op foutieve gegevens die al in zijn dossier staan en doet zelf geen goed wetenschappelijk onderzoek. Zij praat alleen met hem, maar zou volgens klager onderzoek moeten doen op basis van objectieve metingen. Klager heeft geen vertrouwen in zijn behandelaar en wil daarom een andere behandelaar van een andere instelling. Met zijn vorige behandelaar had hij goed contact en hij zou graag naar deze psychiater terugkeren. 

Verder is klager van mening dat hij geen verplichte zorg nodig heeft. De zorgmachtiging die door de rechter is afgegeven is óók gebaseerd op verkeerde aannames. Daarom doet klager een tweede verzoek aan de geneesheer-directeur, om de zorgmachtiging te beëindigen. 

Het standpunt van verweerder 

Uit het verweerschrift én uit de beslissing van de geneesheer-directeur op het verzoek tot overdracht aan een andere zorgaanbieder blijkt dat klager de geneesheer-directeur heeft verzocht overgedragen te worden naar een behandelaar die werkt voor een zorgaanbieder (ziekenhuis) die niet wordt aangemerkt als een accommodatie in de zin van de Wvggz. Dat betekent dat in dit ziekenhuis geen verplichte zorg wordt verleend. Omdat bij klager naar het oordeel van de huidige behandelaar verplichte zorg geïndiceerd is, heeft de geneesheer-directeur dit verzoek tot overdracht afgewezen. Zij heeft klager daarbij meegedeeld dat overdracht naar een andere behandelaar binnen de huidige zorgaanbieder bespreekbaar is.

Verder blijkt uit de stukken dat de geneesheer-directeur het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg (zonder voorwaarden) heeft afgewezen, omdat de behandelaar verplichte zorg (ophoging van de medicatiedosering) geïndiceerd vindt en hierover kort voor het verzoek van klager een beslissing verplichte zorg heeft genomen. De geneesheer-directeur motiveert haar afwijzing als volgt (letterlijk overgenomen): 

“Ik heb dit besluit genomen omdat ik van uw behandelaren begrijp dat uw gedrag, voortkomend uit uw psychische stoornis, potentieel ernstig nadeel veroorzaakt voor uzelf en uw omgeving. U bent bekend met een bipolaire stoornis met manisch-psychotische episodes. Er is geen overeenstemming tussen u en uw behandelaar over de behandeling, met name over de medicatie. Het ernstige nadeel dat voortkomt uit de stoornis bestaat er uit dat u bijvoorbeeld uw woning kan kwijtraken doordat u geluidsoverlast en overlast in de buurt veroorzaakt. Ook kunt u door uw gedrag anderen schaden of agressie over uzelf afroepen. Uw behandelaren ondersteunen de opheffing van uw zorgmachtiging niet. Uw verzoekschrift geeft verder onvoldoende handvatten om dit ernstige nadeel op een andere manier af te wenden.”

Overwegingen en oordeel

Klager vraagt een beslissing van de Commissie over zijn klacht inzake beslissingen van de geneesheer-directeur op twee verzoeken van klager. In zijn klaagschrift zegt klager dat zijn eerste verzoek de beëindiging van de zorgmachtiging betrof. Er kunnen echter geen verzoeken tot beëindiging van de zorgmachtiging bij de geneesheer-directeur worden ingediend, maar slechts verzoeken tot beëindiging van de verplichte zorg. Het verzoek is door de geneesheer-directeur dan ook als zodanig geïnterpreteerd. Ook de Commissie zal dit klachtonderdeel behandelen alsof klager heeft geschreven dat hij een verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg heeft gedaan. De tweede beslissing van de geneesheer-directeur waar klager over klaagt betreft de afwijzing op het verzoek van klager tot verandering van zorgaanbieder.

Eerste klachtonderdeel: beslissing op verzoek beëindiging verplichte zorg

De Commissie stelt vast dat klager over de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg als zodanig niet kan klagen. Een dergelijk verzoek is een verzoek in de zin van artikel 8:18 Wvggz. Artikel 10:3 lid 1 sub n Wvggz bepaalt dat over beslissingen op verzoeken in de zin van artikel 8:18 Wvggz alleen geklaagd kan worden over lid 8 (beperkingen en voorwaarden verbonden aan de beslissing van de geneesheer-directeur) en lid 12 (intrekking van de beslissing tot beëindiging verplichte zorg bij het niet nakomen van de voorwaarden of beperkingen), en niet over lid 1 (de beslissing op het verzoek). Dit klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk. 

Tweede klachtonderdeel: beslissing op verzoek tot verandering van zorgaanbieder

De Commissie is van oordeel dat de geneesheer-directeur voldoende duidelijk heeft gemaakt waarom zij het verzoek heeft afgewezen. Klager heeft namelijk verzocht om overdracht naar een behandelaar die verbonden is aan een zorgaanbieder (E.) die geen accommodatie is in de zin van de Wvggz en daarom geen verplichte zorg kan leveren. De Commissie is met de geneesheer-directeur van oordeel dat een dergelijke zorgaanbieder niet passend is voor klager gelet op zijn stoornis, nu verplichte zorg voor klager is geïndiceerd. De Commissie verwijst voor haar oordeel hieromtrent ook naar haar eigen beslissing van 6 november 2023, met kenmerk 2310-134. 

De Commissie stelt vast dat de geneesheer-directeur klager heeft aangeboden dat hij van behandelaar (en behandelteam) kan wisselen op de locatie waar hij momenteel ambulant wordt behandeld. Hiermee heeft de geneesheer-directeur naar het oordeel van de Commissie aan klager een volwaardig alternatief geboden voor de behandelrelatie met zijn huidige psychiater, in wie hij kennelijk geen vertrouwen heeft. Concluderend is de Commissie van oordeel dat de geneesheer-directeur voldoende reden had het verzoek van klager af te wijzen, hem een volwaardig alternatief heeft geboden en haar beslissing deugdelijk heeft gemotiveerd. Daarom is dit klachtonderdeel ongegrond. 

Beslissing

De Commissie: 

  • verklaart het eerste klachtonderdeel  klacht niet-ontvankelijk;
  • verklaart het tweede klachtonderdeel ongegrond.

De schriftelijke beslissing is op 14 december 2023 aan betrokkenen verzonden. 

De geanonimiseerde beslissing zal worden gepubliceerd op wvggzklachten.nl

Deze beslissing is gegeven door X, voorzitter, X, lid psychiater X, lid voorgedragen door de Cliëntenraad, bijgestaan door X, ambtelijk secretaris.

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u uw bezwaren tegen de beslissing binnen zes weken na de datum van verzending van de (oorspronkelijke) beslissing voorleggen aan de rechtbank. 

Let alleen wel: aan deze procedure bij de rechtbank zijn voor u kosten verbonden.