Klacht tegen verschillende vormen van verplichte zorg


Uitspraak

De klachtencommissie (hierna te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de klacht van <naam klager>, (hierna te noemen: klager, thans verblijvende op de HIC te <naam woonplaats>. De klacht heeft betrekking op de verplichte zorg door middel van medicatie, opname in een accommodatie en beperking bewegingsvrijheid. Het verweer wordt, vanwege afwezigheid van <naam behandelend psychiater>, behandelend psychiater op de HIC, gevoerd door <naam verpleegkundig specialist GGZ>, verpleegkundig specialist GGZ en regiebehandelaar van klager en <naam arts-assistent>, arts-assistent HIC (hierna te noemen: verweerders).

 

Verloop procedure

–              Klachtenformulier van <naam klager>, ontvangen op 31 juli 2023;

–              Aanvulling op de klacht van <naam klager>, ontvangen op 4 augustus 2023;

–              Verweerschrift van <naam verweerders>, ontvangen op 9 augustus 2023;

–              Dossierstukken, ontvangen op 9 augustus 2023.

De commissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de stukken uit zijn medische dossier die relevant zijn voor de beoordeling van de klacht.

Bij de klacht is een verzoek tot schorsing van de medicatie. Dit verzoek is op 4 augustus 2023 door de klachtencommissie behandeld en afgewezen; partijen zijn hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

De hoorzitting heeft in hybride vorm plaatsgevonden op 11 augustus 2023, waarbij klager en verweerders in de gelegenheid zijn gesteld een mondelinge toelichting te geven. Klager werd hierbij ondersteund door <naam patiëntenvertrouwenspersoon>, patiëntenvertrouwenspersoon. Daarnaast was <naam studente>, studente verpleegkundig specialist uit <naam land> aanwezig als toehoorder.

Ontvankelijkheid

De commissie oordeelt dat de klacht ontvankelijk is, op grond van art. 10.1 Wvggz jo. 10.3

sub f Wvggz en de klachtenregeling Wvggz van GGNet.

De klacht

De klacht richt zich tegen de uitvoering van verplichte zorg door middel van medicatie, opname in een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid door opname op een gesloten afdeling.

  1. Medicatie

Klager is het niet eens met de diagnose (psychose) die gesteld is en klager is het ook niet eens met de medicatie die hij krijgt. Klager is erg gevoelig voor medicatie en hij heeft last van bijwerkingen (zoals gewichtstoename en stijve spieren). Ondanks de bijwerkingen en ondanks dat de behandelaren weten dat klager geen medicatie wil, blijven ze de dosis ophogen.

  1. Opname in een accommodatie en beperking bewegingsvrijheid door opname op gesloten afdeling

Klager vindt de opname onterecht en dat de (verplichte) zorg hem is opgedrongen. Het huis van klager was onveilig, klager heeft hier ook informatie of fotomateriaal van beschikbaar. Vanwege de onveilige situatie in zijn woning kreeg klager last van gezondheidsproblemen. Klager heeft geprobeerd om de veiligheid in zijn woning zelf aan te pakken en heeft daarbij wat overlast veroorzaakt. Op de dag dat hij zijn werkzaamheden had afgerond, werd hij thuis opgehaald en opgenomen op de HIC. Inmiddels heeft er op 4 augustus 2023 een inspectie van de woning plaatsgevonden. Klager heeft bevestiging gekregen dat zijn woning veilig is verklaard.

Schadevergoeding

Klager stelt dat hij zowel materiële als immateriële schade heeft geleden door de verplichte zorg. Klager is opgenomen en krijgt medicatie, iets wat hij beide niet wil. Daarnaast wilde klager afgelopen periode gebruiken om wat bij te verdienen, maar dit kon niet vanwege de opname. Klager verzoekt daarom om een vergoeding van de schade die hij als gevolg van het toepassen van de genoemde verplichte zorg heeft geleden.

Het verweer

In het verweer is, zakelijk en verkort weergegeven, het volgende naar voren gebracht.

Na een periode van bemoeizorg is klager recent in zorg gekomen bij FACT <naam woonplaats>. Klager is bekend met cannabisgebruik en was in de periode voor de opname in toenemende mate psychotisch ontregeld. Klager heeft wanen over stralingen en magnetische velden, wat hij wijt aan de bekabeling en leidingen in huis. Klager is hier zelf mee aan de slag gegaan om deze problemen in huis te verhelpen. Klager heeft hierbij geprobeerd leidingen en kabels te verleggen, heeft isolatiemateriaal rond elektriciteitskabels verwijderd en een gat voor de woning gegraven. Bij opname was klager sterk vermagerd. Er liep al een aanvraag voor een zorgmachtiging, maar vanwege het acuut dreigende gevaar is er een crisismaatregel aangevraagd en toegewezen, op basis waarvan klager op 18 juli 2023 is opgenomen.

  1. Medicatie

Tijdens de opname zien verweerders een aanhoudend psychotisch beeld. Er is gestart met een lage dosis olanzapine omdat klager nog niet eerder anti-psychotische medicatie heeft gebruikt. De medicatie is vervolgens in stappen opgehoogd naar (op dit moment) 20 mg. Ook tijdens de opname blijft klager psychotische belevingen houden met betrekking tot straling en magnetische velden. Klager benoemt dat er ook op de afdeling fouten in de bekabeling zijn en wil dit het liefste aanpassen. Ook verplaatst klager de meubels in zijn kamer omdat hij dan minder last heeft van straling. Uit de gesprekken die verweerders met klager hebben gevoerd, is duidelijk geworden dat deze belevingen het leven van klager de afgelopen jaren volledig hebben stilgelegd: zo is klager gestopt met zijn studie vanwege ideeën dat hij gehackt werd door een medestudent en is zijn contract op het werk niet verlengd vanwege zijn uitspraken over hacken en straling en dergelijke.

Verweerders zijn van oordeel dat er sprake is van een psychotisch toestandsbeeld met forse lijdensdruk (onder andere lichamelijke klachten, ernstige slaapdeprivatie) wat heeft geleid tot maatschappelijke teloorgang en sociaal verlies (onder andere stoppen met de studie en verlies van werk). Daarnaast heeft het toestandsbeeld geleid tot acuut gevaar door de werkzaamheden van klager in zijn woning (gevaar voor elektrocutie, kortsluiting en dergelijke). Het psychotisch toestandsbeeld dient volgens de richtlijnen behandelt te worden met anti-psychotische medicatie. Verweerders monitoren de werking en bijwerkingen van de medicatie bij klager nauwkeurig. Bij onvoldoende effect zal er worden gekeken naar een ander middel. Daarnaast worden er, mede op verzoek van klager, lichamelijke en laboratorium controles uitgevoerd op bijwerkingen.

  1. Opname in een accommodatie en beperking bewegingsvrijheid door opname op gesloten afdeling

Op dit moment zien verweerders nog onvoldoende herstel bij klager om de zorg te kunnen verplaatsen naar de thuissituatie. De gedachten over straling en magnetisme zijn nog altijd sterk aanwezig, waardoor verweerders inschatten dat klager bij terugkeer naar huis direct weer aan de slag zal gaan om de situatie in zijn ogen veiliger te maken. Ook schatten verweerders de kans dat klager thuis de medicatie zelf zal stoppen, waardoor de behandeling van het psychotisch beeld niet tot stand zal komen, hoog in. Verweerders zijn daarom van oordeel dat klager in klinische setting eerst goed ingesteld moet worden op medicatie, voordat de zorg kan worden overgedragen aan het FACT-team.

Verweerders streven ernaar om in samenwerking met klager te blijven en de opname zo min mogelijk ingrijpend te laten zijn. In verband hiermee is gestart met het uitbreiden van de vrijheden. Klager heeft op dit moment zelfstandige vrijheden voor enkele uren per dag, wat op basis van het beeld verder kan worden uitgebreid. Ook is er deze week afgesproken dat klager volgende week samen met iemand uit het FACT-team naar zijn woning gaat om te kijken hoe het daar nu is.

Overwegingen en conclusies

De commissie komt, gelet op de stukken en het besprokene tijdens de hoorzitting, tot de volgende overwegingen en conclusies.

Algemeen

De commissie overweegt dat er door de rechter op 20 juli 2023 met betrekking tot klager een zorgmachtiging is afgegeven voor de duur van zes maanden, vanwege een psychiatrische stoornis (paranoïde stoornis, mogelijk in het kader van schizofrene ontwikkeling) en daar uit voortkomend risico op ernstig nadeel (onder andere: ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing, levensgevaar, maatschappelijke teloorgang, oproepen van agressie van anderen). Op basis hiervan is behandeling van de psychische stoornis mogelijk, ook als klager daar niet vrijwillig aan mee wil werken en/of niet mee instemt.

  1. (Depot)medicatie

Uit de overgelegde stukken blijkt dat klager lijdt aan een psychische stoornis. Hoewel klager de stoornis en/of de diagnose ontkent (klager is het niet eens met de diagnose en stelt alleen gehandeld te hebben om zijn woning veilig te maken), heeft de commissie geen reden te twijfelen aan deze op medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. Klager heeft geen ziektebesef en ziekte inzicht en geeft aan dat behandeling (met medicatie) niet nodig is.

De commissie is van oordeel dat verweerders in casu in redelijkheid hebben kunnen beslissen dat het ernstig nadeel niet zonder een (gedwongen) opname én toediening van (antipsychotische) medicatie kon en kan worden afgewend. Verweerders hebben hierbij volgens de bij deze diagnose behorende richtlijnen en de behandelstandaard gehandeld, passend bij het actuele ziektebeeld.

De commissie constateert dat de keuze voor het soort medicatie en de dosering daarvan, zorginhoudelijk goed is onderbouwd door verweerders. De werking en bijwerkingen van de huidige medicatie worden nauwkeurig gemonitord en bij onvoldoende resultaat of (te)veel bijwerkingen zal een ander middel worden aangewend. Verweerders hebben tijdens de hoorzitting in dit kader aangegeven dat zij ook depotmedicatie (met een ander middel) overwegen, ook met het oog op de terugkeer van klager naar huis en het ingeschatte risico op medicatieontrouw bij klager. Dit dient evenwel nog nader met klager besproken te worden. Daarnaast hebben verweerders voldoende onderbouwd welke onderzoeken er zijn en worden verricht naar aanleiding van de bijwerkingen en somatische klachten die klager ervaart.

Hoewel klager dit niet zo ziet, is de verplichte zorg ingegeven om klager te beschermen tegen ernstig nadeel. De commissie overweegt verder dat zonder adequate behandeling met medicatie er voor klager een aanzienlijk risico op ernstig nadeel in de zin van art. 1:1 lid 2 en art. 8:9 lid 4 sub b Wvggz zal blijven bestaan. De commissie acht het besluit tot verplichte zorg met medicatie inhoudelijk juist en ook proportioneel, subsidiair en doelmatig. Dit klachtonderdeel zal daarom ongegrond worden verklaard.

  1. Opname in een accommodatie en beperking bewegingsvrijheid door opname op gesloten afdeling

Met betrekking tot de beslissing om klager op te nemen op een gesloten afdeling, wordt overwogen dat verweerders hiertoe op goede gronden hebben besloten. Het huidige toestandsbeeld en de houding van klager ten opzichte van de behandeling is bij de beslissing betrokken, waarna een risico inschatting is gemaakt. Op basis daarvan oordeelden verweerders dat het toestandsbeeld nog dusdanig ernstig is, dat het niet verantwoord is om de zorg voor klager naar de thuissituatie te verplaatsen.

De commissie overweegt hierbij dat de beperkingen regelmatig worden geëvalueerd en kunnen worden opgebouwd. De commissie acht de opname en de beperking bewegingsvrijheid daarom in onderhavig geval juist en zal dit onderdeel van de klacht om deze redenen ongegrond verklaren.

Overweging ten overvloede

Tijdens de hoorzitting is de inspectie van 4 augustus 2023 aan de woning van klager aan de orde gekomen. Klager heeft desgevraagd verklaard dat men hem heeft laten weten dat de woning veilig was en dat hij er (daarom) alle vertrouwen in heeft dat zijn huis nu veilig is en hij weer naar huis terug kan keren.

De commissie constateert dat verweerders niet hebben gecontroleerd cq. nagevraagd hoe onveilig de woning van klager nu eigenlijk was en/of wat de uitkomst was van de inspectie die op 4 augustus heeft plaatsgevonden. Althans, van een dergelijke controle of kennis is tijdens de zitting niet gebleken. De commissie is van oordeel dat het evenwel de aandacht verdiend om dit helder te krijgen, ook ten behoeve van de behandelrelatie met klager.

Oordeel

De commissie acht op grond van bovenstaande overwegingen beide klachtonderdelen ongegrond.

Schadevergoeding

Nu de klachten ongegrond zijn verklaard, is er geen aanleiding het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.

Op 11 augustus 2023 vastgesteld door de commissie:

Dhr. mr. J. Blok, voorzitter;

Dhr. E. Lemmen, psychiater;

Mw. L. Vermaas, POH-GGZ en algemeen lid op voordracht van de Cliëntenraad.

Namens de commissie:

i.o.

Mw. M.T. Averesch-Wilbrink

ambtelijk secretaris

 

 

Verzonden d.d. 18 augustus 2023

 

 

 

Tegen een uitspraak van de klachtencommissie kan op grond van art. 10:7 Wvggz beroep worden ingesteld bij de Rechtbank binnen zes weken na kennisneming van de uitspraak.