Klacht tegen verplichte opname en medicatie is ongegrond


Uitspraak

Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken    

Betreft: BESLISSING

Inzake: de klacht van mevrouw A. gedateerd 4 oktober 2023, bij de Klachtencommissie binnengekomen op 5 oktober 2023, nummer 2310-124

Datum: 16 oktober 2023

Inleiding

De Klachtencommissie is op 16 oktober 2023 bijeengekomen ter behandeling van de klacht van mevrouw A. (hierna: klaagster) tegen B. (hierna: de zorgaanbieder, tevens verweerder).

Het betreft een procedure op grond van artikel 10:3 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). 

Aanwezig

Klaagster: mevrouw A.;
bijgestaan door: mevrouw C., patiëntenvertrouwenspersoon (pvp).

Zorgaanbieder: vertegenwoordigd door de heer D., psychiater.

Klachtencommissie: de heer X., voorzitter, jurist;
mevrouw X., lid, psychiater;
mevrouw X., voorgedragen door de Cliëntenraad.

Ambtelijk secretaris: X.

Stukken

De Klachtencommissie, hierna te noemen de Commissie, had bij de behandeling van de klacht de beschikking over de volgende stukken:

  1. het klaagschrift;
  2. het verweerschrift;
  3. gegevens uit het medisch/verpleegkundig dossier van klaagster; en
  4. de kennisgeving mondelinge uitspraak van de Rechtbank J. van 25 september 2023.

Samenvatting

De klacht houdt samengevat in dat klaagster zich niet kan vinden in
1)    het besluit tot toedienen van (antipsychotische) medicatie;
2)    het besluit tot opname in een accommodatie;
3)    de wijze waarop de opname heeft plaatsgevonden.                  .
De commissie komt tot het oordeel dat de eerste twee klachtonderdelen ongegrond zijn en het derde klachtonderdeel niet-ontvankelijk is. Het verzoek van klaagster tot vergoeding van haar schade wordt afgewezen. 

De feiten en omstandigheden

De Rechtbank J. (hierna: de rechtbank) heeft op 25 september 2023 besloten ten aanzien van klaagster  een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden met als vormen van verplichte zorg – onder andere – het toedienen van medicatie en het opnemen in een accommodatie.

Overeenkomstig artikel 8:9 lid 2 Wvggz heeft verweerder klaagster op 28 september 2023 en op 4 oktober 2023 schriftelijk in kennis gesteld van de beslissingen tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de zorgmachtiging. In de betreffende schriftelijke kennisgevingen is onder meer ‘het opnemen in een accommodatie’ (28 september 2023) en ‘het toedienen van medicatie’ (4 oktober 2023) aangekruist als de aan haar te verlenen vormen van verplichte zorg. 

De beslissingen van 28 september 2023 en 4 oktober 2023 vermelden dat het verlenen van verplichte zorg noodzakelijk is omdat zonder opname het ernstig nadeel niet afgewend kan worden, én klaagster niet vrijwillig antipsychotische medicatie inneemt. Het is niet te verwachten dat haar klachten zonder medicatie over zullen gaan. De klachten veroorzaken volgens verweerder ernstig nadeel in de thuissituatie – zoals het oproepen van agressie van anderen en de mogelijkheid van uithuiszetting – waardoor klaagster ook niet met ontslag kan, aldus de verweerder. 

De arts van verweerder die klaagster behandelt, heeft op basis van onderzoek geoordeeld dat klaagster wilsonbekwaam is ter zake van het nemen van beslissingen over de zorg die zij nodig heeft, omdat zij door haar actuele psychotische symptomen niet in staat is een redelijke afweging te maken van haar belangen en niet in staat is de consequenties van haar handelen te overzien.

Sinds 27 september 2023 is klaagster opgenomen in kliniek E. van de zorgaanbieder. In eerste instantie verbleef zij op de gesloten afdeling. Inmiddels verblijft zij op de open afdeling. 

De klacht

Klaagster verzet zich tegen de volgende handeling/beslissing van de instelling:
1)    toedienen van (antipsychotische) medicatie;
2)    opname in een accommodatie;
3)    de wijze waarop de opname heeft plaatsgevonden.  

Schorsingsverzoek 

Klaagster heeft de Commissie verzocht de bestreden beslissingen van de zorgaanbieder ten aanzien van de eerste twee klachtonderdelen (inzake de opname en de medicatie) te schorsen. Naar het oordeel van de Commissie heeft de zorgaanbieder voldoende aannemelijk gemaakt dat de uitvoering van de beslissing tot opname in de instelling niet geschorst kan worden, ter voorkoming van ernstig nadeel. De Commissie heeft dan ook geen aanleiding gezien het schorsingsverzoek inzake de opname in te willigen. De zorgaanbieder heeft de Commissie ook geïnformeerd dat de verplichte zorg inzake de medicatie nog niet zal worden toegepast in afwachting van een beslissing van de Commissie. De Commissie heeft klaagster in een aparte beslissing, gedateerd 9 oktober 2023, hiervan op de hoogte gesteld.

Schadevergoeding

Klaagster wenst een schadevergoeding te ontvangen. Bij gegrondverklaring van de klacht zal zij dit met een nieuw document onderbouwen.

Het standpunt van klaagster

Klaagster zegt het niet eens te zijn met haar opname. De opname is onnodig omdat zij geen nadeel veroorzaakt voor anderen. Klaagster heeft bovenal last van geluidsoverlast door haar buren. Klaagster komt daardoor thuis niet tot rust. De buren zorgen met een elektromagneet voor trillingen in onder meer haar bed en de bank, zetten haar vloer onder stroom en zorgen voor chemische geuren en luchten en koolmonoxide in haar huis. Bovendien bewerken zij haar met laserstralen, waardoor zij onder meer een slijmbeursontsteking in haar arm heeft opgelopen. De lichamelijke en geestelijke gezondheid van klaagster wordt dus bedreigd door het gedrag van de buren. Tijdens de opname bij verweerder komt ze een beetje tot rust, nu ze uit haar huis weg is. Toch was de opname niet nodig geweest en wil ze graag terug naar huis, waar dan iets aan de burenoverlast gedaan moet worden. Klaagster zegt ook dat de wijze waarop zij uit haar huis is gehaald, met een ambulance, traumatiserend was. 

Klaagster wil geen medicatie gebruiken. In het verleden heeft zij medicatie gebruikt, maar toen had zij veel last van bijwerkingen. Zij werd er erg suf van en lag dagenlang in bed. Sindsdien gebruikt zij helemaal geen medicatie meer, zelfs geen paracetamol. Klaagster zegt dat medicatie bovendien haar problemen met de buren niet wegneemt en dus haar problematiek niet oplost.

Het standpunt van de zorgaanbieder

 Verweerder heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat zowel een opname in de instelling als de toediening van antipsychotische medicatie volstrekt noodzakelijk is ter afwending van ernstig nadeel. Het navolgende is aan dit standpunt ten grondslag gelegd. 

Uit het verweerschrift en uit hetgeen ter zitting besproken is, blijkt dat klaagster een psychotische episode meemaakt waarbij sprake is van ernstig nadeel. Zo is er een aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang omdat klaagster haar woning dreigt te verliezen. Ook is sprake van een aanzienlijk risico op lichamelijk letsel van anderen omdat klaagster met olie en eieren gooit. Voorts roept klaagster door haar hinderlijke gedrag agressie van anderen op. 

Omdat klaagster in de thuissituatie de ambulante zorg afhield en ook alle medicatie weigerde, was een opname noodzakelijk om klaagster op medicatie in te stellen. 

Volgens verweerder kan het wel zo zijn dat klaagster overlast van haar buren ondervindt, maar zijn er ook aspecten aan de ervaren overlast die niet goed verklaard kunnen worden. Zo is het waarschijnlijk onmogelijk om een betonnen vloer onder stroom te zetten. Verweerder zegt dat een deel van de door klaagster ervaren overlast verklaard kan worden door de paranoïde wanen die zij jegens de buren heeft, dus vanuit een psychose – door klaagster aangeduid als stress. De verwachting is dat als klaagster antipsychotische medicatie gebruikt, zij in de thuissituatie minder stress en overlast zal ervaren en het thuis leefbaarder wordt. Er is geen andere mogelijkheid om de psychose in de thuissituatie te verminderen. De medicatie die verweerder wil toedienen, een antipsychoticum, is andere medicatie dan de door klaagster genoemde medicatie. Verweerder zal het gebruik van het antipsychoticum goed monitoren en evalueren. Het middel moet uiteraard werkzaam zijn. Klaagster moet er ook goed op reageren en niet te veel bijwerkingen ervaren. Verweerder zal zo veel mogelijk de keuze voor een bepaald middel in samenspraak met klaagster bepalen.

Overwegingen en oordeel

Klaagster stelt zich, gelet op de ter zitting gegeven toelichting, voor zover van belang en naar de Commissie begrijpt, op het standpunt dat een behandeling met een opname en (antipsychotische) medicatie niet nodig is en dat zij niet lijdt aan een stoornis van de geestvermogens, maar alleen stress heeft.

Onder de Wvggz kan, indien sprake is van verzet, op grond van een crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel of zorgmachtiging, niettemin verplichte zorg worden verleend voor zover aannemelijk is dat – eenvoudig gezegd – het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. De verplichte zorg dient doelmatig te zijn en in verhouding te staan tot het te bereiken doel. Ook mag er geen minder belastend alternatief beschikbaar zijn. Verplichte zorg dient blijkens het gestelde in artikel 8:9 Wvggz, plaats te vinden krachtens een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke. 

Bovenstaand in acht nemend overweegt de Commissie als volgt. 

Uit de overgelegde stukken en de informatie verkregen tijdens de zitting is volgens de Commissie gebleken dat klaagster lijdt aan een psychische stoornis. Hoewel klaagster de stoornis ontkent, heeft de commissie geen reden te twijfelen aan deze op medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. 

Er is sprake van een groot risico op ernstig lichamelijk letsel van derden, maatschappelijke teloorgang en op de situatie dat klaagster met haar hinderlijke gedrag agressie van anderen oproept indien geen verbetering in het toestandsbeeld van klaagster optreedt. Daarmee staat voor de Commissie vast dat het gedrag van klaagster als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Ter afwending van dit ernstig nadeel heeft klaagster zorg nodig, zorg die klaagster weigert.

De Commissie is verder van oordeel dat de behandelaars in redelijkheid hebben kunnen beslissen dat het ernstig nadeel niet zonder opname in de instelling en toediening van (antipsychotische) medicatie kan worden afgewend en dat deze vorm van verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief is.

Tot slot heeft de Commissie vast kunnen stellen dat er een geldige zorgmachtiging aanwezig is en dat klaagster conform het gestelde in artikel 8:9 Wvggz, op deugdelijke wijze schriftelijk gemotiveerd geïnformeerd is over de gedwongen behandeling met een opname en medicatie. Hiermee is aan alle formele vereisten omtrent verplichte zorg voldaan.

De Commissie is verder van oordeel dat de zorgaanbieder niet verantwoordelijk is geweest voor de wijze waarop de opname van klaagster heeft plaatsgevonden. Hoewel het voor de Commissie invoelbaar is dat een gedwongen opname, met behulp van een ambulance, ingrijpend is geweest voor klaagster, zijn de opname en het vervoer van klaagster naar verweerder niet uitgevoerd door verweerder maar op last van een andere partij. De wijze waarop de opname heeft plaatsgevonden is verweerder dan ook niet aan te rekenen, los van de vraag of de opname en het vervoer onzorgvuldig waren. 

Het geheel overziend is de commissie van oordeel dat de eerste twee klachtonderdelen ongegrond moeten worden verklaard en het klachtonderdeel over de opname niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel niet verweerder betreft. 

Schadevergoeding

Nu de klacht ongegrond en deels niet-ontvankelijk zal worden verklaard, is er naar het oordeel van de commissie geen aanleiding tot toekenning van een schadevergoeding. 

Beslissing

De commissie: 

  • verklaart de klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond;
  • verklaart klachtonderdeel 3 niet-ontvankelijk;
  • wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beslissing is op 17 oktober 2023 telefonisch aan betrokkenen meegedeeld.
De schriftelijke beslissing is op 23 oktober 2023 aan betrokkenen verzonden.