Klacht over verschillende vormen van verplichte zorg


Uitspraak

De klachtencommissie (hierna te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de klacht van mevrouw <naam klaagster>, (hierna te noemen: klaagster), verblijvende te <naam woonplaats>. De klacht richt zich tegen het besluit tot het verlenen van verplichte zorg door middel van (depot)medicatie, beperking in de vrijheid om het eigen leven in te richten, beperking ontvangen bezoek en beperking bewegingsvrijheid, genomen door mevrouw <naam verweerster>, psychiater (hierna te noemen: verweerster).

Verloop procedure

–             Klaagschrift van <naam klaagser>, ontvangen op 9 juni 2023;

–             Verweerschrift van <naam verweerster>, ontvangen op 16 juni 2023;

–             Dossierstukken, ontvangen op 16 juni 2023.

De commissie heeft met toestemming van klaagster inzage gehad in de stukken uit haar medische dossier die relevant zijn voor de beoordeling van de klacht.

Bij de klacht is een verzoek tot schorsing van de medicatie gevoegd. Dit verzoek is op 13 juni 2023 door de klachtencommissie behandeld en afgewezen; partijen zijn hiervan schriftelijk en per e-mail d.d. 13 juni 2023 in kennis gesteld.

De hoorzitting heeft digitaal plaatsgevonden op 23 juni 2023, waarbij klaagster en verweerster in de gelegenheid zijn gesteld een mondelinge toelichting te geven. Klaagster werd hierbij ondersteund door mevrouw <naam patiëntenvertrouwenspersoon>, patiëntenvertrouwenspersoon (hierna te noemen: de pvp).

Het dictum van de uitspraak van de commissie is reeds op 23 juni 2023 per brief aan partijen medegedeeld.

Ontvankelijkheid

De commissie oordeelt dat de klacht ontvankelijk is, op grond van art. 10.1 Wvggz jo. 10.3

sub f Wvggz en de klachtenregeling Wvggz van GGNet.

De klacht

De klacht richt zich tegen het besluit tot het verlenen van verplichte zorg door middel van (depot)medicatie, beperking bewegingsvrijheid, beperking in de vrijheid om het eigen leven in te richten en beperking ontvangen bezoek.

  1. (Depot)medicatie

Klaagster is het niet eens met de medicatie die zij tijdens de huidige opname krijgt en de injecties die zij heeft gekregen aan het begin van de huidige opname. Daarnaast klaagt klaagster over het depot olanzapine dat als voorwaarde werd gesteld om bij de vorige opname met ontslag te mogen.

Klaagster stelt dat zij op 2 juni 2023 vrijwillig naar de HIC in Doetinchem is gekomen omdat zij een veilige plek zocht. Bij de opname kreeg zij echter drie injecties met medicatie toegediend en verweerster blijft nog altijd doorgaan met de medicatie.

Klaagster heeft aangegeven dat zij geen medicatie kan verdragen in verband met haar hersenletsel. Zij ervaart ernstige bijwerkingen van de medicatie (onder andere veel vocht vasthouden, nierfalen) en wordt hier erg ziek van. Klaagster heeft het gevoel dat zij door de medicatie juist maatschappelijk teloorgaat, in plaats van dat de medicatie haar helpt. Daarnaast is een depot vanwege haar verleden erg beangstigend voor klaagster.

Klaagster stelt dat zij hulp nodig heeft om haar trauma’s te verwerken, en geen medicatie. Klaagster heeft hiervoor een alternatief plan om te herstellen opgesteld, maar klaagster heeft het gevoel dat er niet naar haar wordt geluisterd.

  1. Beperking bewegingsvrijheid

Klaagster is vrijwillig opgenomen op de HIC, maar het bleek dat zij niet van de afdeling af

mag. Klaagster vindt dit onterecht; er zijn geen redenen om klaagster in haar vrijheid te beperken. Klaagster voelt zich juist fysiek slechter omdat zij onvoldoende kan bewegen.

  1. Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten

De telefoon van klaagster is ingenomen en klaagster is het hier niet mee eens. Klaagster kan op dit moment geen contact met familie en vrienden opnemen, waardoor zij niet weten waar zij is. Daarnaast organiseert klaagster een evenement dat op 16 juni 2023 plaats moest vinden, maar doordat haar telefoon is ingenomen, kon zij geen voorbereidingen treffen. Ook heeft klaagster een woning gekocht voor haarzelf en haar kinderen. Omdat zij niet van de afdeling mag, kan klaagster de nieuwe woning niet inrichten, iets waar klaagster graag mee aan de slag zou willen gaan.

  1. Beperking van het recht op ontvangen van bezoek

Op dit moment mag alleen de moeder van klaagster op bezoek komen, klaagster vindt dit te weinig. Klaagster is een sociaal mens en heeft graag mensen om zich heen.

Schadevergoeding

Klaagster stelt dat zij schade heeft geleden als gevolg van de onterecht toegepaste verplichte zorg. Er is sprake van immateriële schade doordat klaagster niet de behandeling krijgt die zij nodig heeft. Hierdoor is sprake van gevoelens van onmacht, spanning, frustratie, machteloosheid en stress. Ook zorgt het niet kunnen voorbereiden van het evenement op 16 juni 2023 voor schade. Klaagster verzoekt daarom om een vergoeding van de geleden schade.

Het verweer

In het verweer is, zakelijk en verkort weergegeven, het volgende naar voren gebracht.

  1. (Depot)medicatie

Verweerster stelt dat klaagster gedwongen is opgenomen op grond van een zorgmachtiging en niet op vrijwillige basis. Dit lijkt niet tot klaagster door te dringen, ondanks dat verweerster dit meerdere malen heeft uitgelegd. Klaagster heeft geen ziektebesef en ziekte inzicht, klaagster schrijft al haar klachten toe aan trauma’s uit het verleden.

De beslissing voor ingrijpmedicatie is destijds genomen door de dienstdoende psychiater, op grond van een zeer psychotisch en ontremd beeld met verbale en fysieke agressie en afdeling ontwrichtend gedrag.

Op dit moment is er nog altijd sprake van een manisch psychotisch beeld, waarbij op 10 juni 2023 nog een incident met verbale en fysieke agressie heeft plaatsgevonden. Verweerster is daarom van mening dat medicamenteuze behandeling nodig is om gevaar af te wenden en (verdere) ernstige maatschappelijke teloorgang te stoppen.

Verweerster is bekend met bijwerkingen van de medicatie bij klaagster. De bijwerkingen worden daarom nauwkeurig gemonitord en klaagster wordt vaker dan normaal geprikt voor de bloedspiegel. Klaagster heeft aangegeven last te hebben van diarree en braken, maar dit heeft zij niet aan de verpleging (kunnen) laten zien, waardoor dit niet geobjectiveerd kon worden.

Tijdens de vorige opname is gestart met olanzapine. Hoewel er een milder beeld werd gezien, bleek dit middel onvoldoende effectief. Klaagster wilde ambulant behandeld worden en verweerster is daarin meegegaan, onder voorwaarde dat klaagster depotmedicatie zou accepteren. Klaagster gaf aan veel bijwerkingen te ervaren van de olanzapine. Verweerster heeft door navraag vast kunnen stellen dat niet alle bijwerkingen hebben plaatsgevonden en dat andere bijwerkingen niet (direct) een gevolg van de medicatie, maar van een bestaande aandoening zijn.

Verweerster heeft klaagster altijd serieus genomen in haar lichamelijke klachten. Er is somatisch onderzoek verricht, en klaagster is (onder andere) onderzocht door een cardioloog, omdat zij een lekkende hartklep zou hebben. De cardioloog heeft bevestigd dat dit niet het geval is.

  1. Beperking bewegingsvrijheid

Vanwege het ernstige psychiatrische beeld is een opname noodzakelijk. Na de vorige opname is geprobeerd om klaagster ambulant te behandelen, maar dit liep dusdanig uit de hand dat zij haar ouders wilde aanvallen met een voorwerp. Omdat het gevaar nog niet geweken is, is het niet verantwoord om klaagster onbegeleid naar buiten te laten gaan.

  1. Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten

Tijdens de huidige opname bleef klaagster 112 bellen en zorgde zij voor chaos op de afdeling. Klaagster geeft veel geld uit en beschuldigt vervolgens haar ex man daarvan. Ze is bezig met het organiseren van een evenement, terwijl ze is opgenomen. Ook heeft klaagster een landgoed afgehuurd om een feest te geven waarvoor zij alle patiënten van de afdeling en meer mensen heeft uitgenodigd. Klaagster betrekt (kwetsbare) medepatiënten in haar acties, waardoor zij zichzelf en anderen in (financiële) problemen brengt. Hierom achtte verweerster het noodzakelijk om de telefoon van klaagster in te nemen. Klaagster mag noodzakelijke telefoontjes onder begeleiding van de verpleging doen.

  1. Beperking van het recht op ontvangen van bezoek

Het is gebleken dat klaagster tijdens de vorige en huidige opname als ook tijdens de ambulante behandeling onbekende mensen betrekt bij haar behandeling, waarbij zij veel privé informatie deelt. Deze mensen gaan volledig mee in haar verhaal, dreigen, zetten medewerkers onder druk en staan de behandeling volledig in de weg. De behandelaren zagen geen andere mogelijkheid dan het bezoek te beperken tot het toestandsbeeld verbetert.

De dwangtoepassingen worden wekelijks binnen het team geëvalueerd en ook regelmatig besproken met klaagster.

Overwegingen en conclusies

De commissie komt, gelet op de stukken en het besprokene tijdens de hoorzitting, tot de volgende overwegingen en conclusies.

Algemeen

De commissie overweegt dat er door de rechter op 26 mei 2023 met betrekking tot klaagster een zorgmachtiging is afgegeven voor de duur van een jaar, vanwege een psychiatrische stoornis (manisch psychotische ontregeling in het kader van een bipolaire stemmingsstoornis) en daar uit voortkomend risico op ernstig nadeel (onder andere: ernstige psychische schade en verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, oproepen van agressie van anderen). Op basis hiervan is behandeling van de psychische stoornis mogelijk, ook als klaagster daar niet vrijwillig aan mee wil werken en/of niet mee instemt.

  1. (Depot)medicatie

Uit de overgelegde stukken blijkt dat klaagster lijdt aan een psychische stoornis. Hoewel klaagster de stoornis en/of de diagnose ontkent (klaagster is het niet eens met de diagnose en stelt alleen behandeling voor haar trauma en PTSS nodig te hebben), heeft de commissie geen reden te twijfelen aan deze op medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. Klaagster heeft geen ziektebesef en ziekte inzicht en geeft aan dat behandeling (met medicatie) niet nodig is.

De commissie is van oordeel dat verweerster in casu in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat het ernstig nadeel niet zonder een (gedwongen) opname én toediening van (antipsychotische) medicatie kon en kan worden afgewend. Verweerster heeft hierbij rekening gehouden met de voorgeschiedenis van klaagster en heeft volgens de bij deze diagnose behorende richtlijnen en de behandelstandaard gehandeld, passend bij het actuele ziektebeeld.

De commissie constateert dat de keuze voor het soort medicatie en de dosering daarvan, zorginhoudelijk goed is onderbouwd door verweerster. Daarnaast heeft verweerster voldoende onderbouwd welke onderzoeken er zijn verricht naar aanleiding van de bijwerkingen en somatische klachten die klaagster ervaart.

Hoewel klaagster dit niet zo ziet, is de verplichte zorg ingegeven om klaagster te beschermen tegen ernstig nadeel. De commissie overweegt verder dat zonder adequate behandeling met medicatie er voor klaagster een aanzienlijk risico op ernstig nadeel in de zin van art. 1:1 lid 2 en art. 8:9 lid 4 sub b Wvggz zal blijven bestaan. De commissie acht het besluit tot verplichte zorg met medicatie inhoudelijk juist en ook proportioneel, subsidiair en doelmatig. Dit klachtonderdeel zal daarom ongegrond worden verklaard.

  1. Beperking bewegingsvrijheid

Met betrekking tot de beslissing om klaagster te beperken in haar bewegingsvrijheid, wordt overwogen dat verweerder hiertoe op goede gronden heeft besloten. De voorgeschiedenis, het huidige toestandsbeeld en de houding van klaagster ten opzichte van de behandeling is bij de beslissing betrokken, waarna een risico inschatting is gemaakt. Op basis daarvan oordeelde verweerster dat het toestandsbeeld nog dusdanig ernstig is, dat het niet verantwoord is om klaagster onbegeleid naar buiten te laten gaan.

De commissie overweegt hierbij dat de beperkingen regelmatig worden geëvalueerd en kunnen worden opgebouwd wanneer de spiegel goed is. De commissie acht de beperking bewegingsvrijheid daarom in onderhavig geval juist en zal dit onderdeel van de klacht om deze redenen ongegrond verklaren.

  1. Beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten en ontvangen bezoek (4.)

Met betrekking tot de beperking in de vrijheid het eigen leven in te richten (inname van de telefoon) en het ontvangen bezoek, overweegt de commissie op basis van de dossierstukken en datgene wat tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht, dat daartoe een noodzaak bestond. Klaagster is een verzorgde, intelligente en verbaal sterke vrouw. Hierdoor weet zij mensen te overtuigen van haar verhaal, waardoor deze mensen voor haar in verweer komen. Dit leidt tot onwenselijke situaties. Daarnaast loopt klaagster door het veelvuldig bellen van (hulpverlenende) instanties en delen van privézaken met onbekende mensen, het risico zichzelf (verdere) psychische, materiële en/of immateriële schade toe te brengen.

Aangezien er tot op heden tussen klaagster en verweerder geen overeenstemming is over de noodzaak van een behandeling en opname, acht de commissie het aannemelijk dat er geen minder ingrijpende maatregel voorhanden is dan het klaagster daadwerkelijk beperken in haar mogelijkheden om met de buitenwereld te communiceren. Deze klachtonderdelen zullen om deze redenen ongegrond worden verklaard.

Oordeel

De commissie acht op grond van bovenstaande overwegingen de klachten ongegrond.

Schadevergoeding

Nu de klachten ongegrond zijn verklaard, is er geen aanleiding het verzoek tot schadeverzoek toe te kennen.

Op 23 juni 2023 vastgesteld door de commissie:

Mevrouw mr. M. Leusink, voorzitter;

De heer E. Lemmen, psychiater;

Mevrouw I. de Val, algemeen lid op voordracht van de Cliëntenraad.

Namens de commissie:

 

 

i.o.

Mw. M.T. Averesch-Wilbrink

ambtelijk secretaris

 

Verzonden d.d. 28 juni 2023

 

 

 

Tegen een uitspraak van de klachtencommissie kan op grond van art. 10:7 Wvggz beroep worden ingesteld bij de Rechtbank binnen zes weken na kennisneming van de uitspraak.