Wvggz art. 3:2 lid 2 sub a, b en j


Uitspraak

Uitspraak Klachtencommissie Cliënten GGZ Delfland

op het klaagschrift van
mevrouw, klaagster,

tegen

GGZ Delfland, gevestigd te Delft,
ten deze vertegenwoordigd door:
de heer , psychiater, verweerder;

 

De klacht is ter zitting behandeld 25 juli 2023. Daarbij waren aanwezig:
– mevrouw, bijgestaan door de patiëntenvertrouwenspersoon (pvp), mevrouw;
– de heer, psychiater,
– Mevrouw, psychiater,
– Mevrouw, verpleegkundige.

Van de klachtencommissie waren aanwezig:
– De heer, voorzitter;
– De heer, psychiater, lid;
– Mevrouw, jurist, lid.
Ambtelijke ondersteuning werd verleend door mevrouw, ambtelijk secretaris.

Stukken
– het klaagschrift d.d. 18 juli 2023, ontvangen door de klachtencommissie op 19 juli 2023. Op 24 juli 2023
werd een aanvulling op het klaagschrift ontvangen.
– de schriftelijke reactie op het klaagschrift d.d. 21 juli 2023, ingediend door de heer Henselmans,
psychiater en waarnemer.

Klaagster heeft toestemming verleend aan de klachtencommissie om haar medisch dossier in te zien,
indien en voor zover dat voor de beoordeling van de klacht relevant zou zijn. De klachtencommissie heeft
relevante informatie uit het medisch dossier van klaagster opgevraagd en ingezien.

Feiten

Klaagster verblijft vanaf 22 maart 2023 op de gesloten afdeling De Toren van de zorgaanbieder. Bij
beschikking van 6 september 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam een machtiging gegeven voor het
verlenen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De
beschikking is afgegeven in verband met afwenden van ernstig nadeel voor klaagster, waaronder het
aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De verplichte zorg waar mevrouw over
klaagt zijn opgenomen in de beslissing verlenen verplichte zorg van 22 maart 2023.

De klacht
Klaagster dient een klacht in over de beslissing van de zorgverantwoordelijke om verplichte zorg te gaan
verlenen, te weten verplichte medicatie, opneming in een accommodatie en beperken van de
bewegingsvrijheid. Daarnaast is zij ontevreden over de kwaliteit van het eten op de afdeling. Klaagster wil
geen medicatie en zij wil niet bij De Toren verblijven. Klaagster heeft last van slaapproblemen die worden
veroorzaakt door de medicijnen. Mevrouw mag haar kamer niet uit, behalve af en toe naar het balkon
maar daar vindt zij geen rust omdat er andere mensen aanwezig zijn. De huidige situatie belemmert
klaagster om het leven te leiden dat zij graag wil.
Klaagster vindt de dosering van de lorazepam te hoog, het zorgt voor onrust. Van de Acemap
(penfluridol) heeft zij veel bijwerkingen zoals onder andere hyperventilatie, ademhalingsproblemen, veel
last van zweten, geheugenverlies. Kortom de medicatie heeft ernstige nadelen. Hierdoor ontbreekt het
aan toekomstplannen maken en dat maakt klaagster depressief.
De opname in de accommodatie vindt klaagster niet terecht. Er is geen doel voor de opname en er is
geen sprake van zorgverlening. De medicatie en opname zorgen er voor dat klaagster geen zinvolle dag
kan beleven. Klaagster wenst een toekomst buiten de kliniek. Ze gebruikt al meer dan 10 jaar medicatie
en is al verschillende keren opgenomen geweest zonder resultaat.
De situatie is uitzichtloos, de afgelopen 10 jaar heeft haar ontwikkeling stilgestaan. De opnames helpen
niet, want klaagster komt steeds weer terug. Het ontbreekt aan goede begeleiding en intensieve
behandeling op de afdeling. Dit is overigens ook niet nodig volgens klaagster, zij heeft geen 24 uurs zorg
nodig op een afdeling voor langdurige zorg. Haar wens is om weer terug te gaan naar de eigen woning.
Daarnaast is klaagster het niet eens met de diagnose van de katatonie en is zij niet psychotisch of een
gevaar voor zichzelf. Het feit dat zij volgens de behandelaren niet goed eet, drinkt of zichzelf verwaarloost
betekent niet dat zij een psychose heeft, aldus klaagster. Juist door de medicatie ontstaan er ernstige
nadelen, namelijk bijwerkingen.
Ter toelichting vertelt klaagster tijdens de zitting, dat zij zich afvraagt wat de zorgverleners bij haar thuis
kwamen doen toen zij werd opgenomen. Na opname heeft klaagster een paar gesprekken gehad met de
zorgverantwoordelijken.
Er is uitgelegd waarom ze is opgenomen en medicatie krijgt. Klaagster herkent zich niet in het geschetste
beeld; ze ervaart dat ze juist door de medicatie niet kan slapen en daardoor raakt ze vermoeid en als
gevolg daarvan kan ze niet eten en drinken. In de thuissituatie is klaagster gestopt met medicatie omdat
ze vermoeid raakte van de medicatie. En als je vermoeid bent kun je jezelf niet goed verzorgen. Klaagster
geeft desgevraagd aan dat zij goed met mevrouw Pijpers kan praten. De verhouding is goed, ook al zijn
zij het op een aantal behandelpunten met elkaar oneens.
Klaagster geeft aan dat, als zij stopt met de medicatie, het niet meteen beter gaat. Dat heeft tijd nodig
omdat ze al zo lang middelen gebruikt. In de periode dat ze geen medicijnen gebruikte had zij contact
met familie en zorgverleners. Ze reageert op vragen en eet en drinkt zoals gewoonlijk.
Tijdens de opname voelt ze zich uitgeput, ze zou graag meer vrijheden willen zodat ze vaker naar huis
kan gaan en geen verplichte gesprekken hoeft te voeren op de afdeling. Het eten vindt klaagster
ondermaats, er zijn geen groenten en wat er gemaakt wordt is niet voedzaam.
Klaagster wil graag verhuizen naar Amstelveen, daar is een groep gelijkgestemden waar ze zich bij aan
wil sluiten.
De pvp geeft als toelichting op het aanvullende klaagschrift aan, dat bij het aanstellen van een nieuwe
zorgverantwoordelijke, deze een nieuwe beslissing tot het verlenen van verplichte zorg moet nemen. Dit
is niet gebeurd en daarmee is sprake van een formeel gebrek in de procedure.
Verweer
Op 22 maart 2023 is de beslissing genomen om klaagster op te nemen op de gesloten afdeling in het
kader van de verplichte zorgverlening. Op dat moment was er sprake van een toename van psychotische
symptomen. Klaagster was sinds 3 januari weer thuis na haar tiende opname en al na een paar weken
was er weer sprake van wisselende compliance. Vanaf medio februari 2023 is zij gestopt met medicatie.
Dit was niet in overleg met behandelaren en daarmee niet conform de zorgmachtiging. Er is gedurende 5
weken getracht om klaagster over te halen de medicatie weer te gebruiken. Toen er tekenen van
achteruitgang zichtbaar werden hebben verweerders een opname voorgesteld. Klaagster stond hier niet
heel afwerend tegenover. Uiteindelijk is besloten haar op te nemen en verplichte zorg te verlenen om
erger te voorkomen.
Psychotische symptomen die toen waargenomen waren achterdocht rondom voedsel, vermeende stalking
door een ‘onbekend externe partij’, afname van zelfzorg, toename van angst en hyperventilatie aanvallen.
Er is ingegrepen vanwege een zichtbare, blijvende cognitieve achteruitgang bij iedere doorgemaakte
psychose en om blijvende cognitieve schade te beperken. Opname was hierbij essentieel om compliance
te realiseren. Thuis bleef klaagster medicatie weigeren, ondanks inzet van de zorgmachtiging. Wat betreft
de medicatie wordt rekening gehouden met wensen van klaagster voor wat betreft het middel van keuze.
Ook nu krijgt zij Acemap, haar middel van voorkeur (wanneer medicatie verplicht is).
Toezicht na inname van Acemap is noodzakelijk, omdat klaagster in het verleden vaak medicatie
probeerde uit te spugen of op andere wijze probeerde geen medicatie te gebruiken. De bijwerkingen die
klaagster noemt en wijt aan de medicatie zijn een terugkerend thema van gesprek. Klaagster wijt alle
klachten die ze ervaart aan de behandeling. De klachten die ze ervaart, al dan niet objectiveerbaar, zijn
grotendeels echter niet verklaarbaar door het gebruik van Acemap en lorazepam. De chronische
beperkingen zijn onderdeel van het ziektebeeld schizofrenie en niet het gevolg van de medicatie. Het zijn
dus veelal symptomen die klaagster beschrijft een geen bijwerkingen. Ook is bekend dat klaagster
gepreoccupeerd is met bijwerkingen en bijsluiters uitvoerig bestudeert. Het recidiverende karakter van de
klachten en de opnames zijn niet een gevolg van de medicatie, maar juist onderdeel van het ziektebeeld
en een gevolg van het telkens staken van de medicatie. Het ontbreekt nog steeds aan ziektebesef en het
is na 11 pogingen duidelijk dat klaagster na ontslag weer medicatie zal staken tegen advies. Dit ondanks
de zorgmachtiging. Dit patroon van staken van medicatie en ontregeling met verplichte zorg tot gevolg zal
zich blijven herhalen in een ambulante setting en leidt tot aanzienlijke afname in functioneren. De
perioden ambulant worden steeds korter en de zelfzorg wordt steeds minder. Plaatsing op langdurige zorg
en eventueel uitstroom naar een beschermde woonvorm te zijner tijd zijn de enige manier om compliance
te waarborgen en verdere blijvende cognitieve schade en verwaarlozing te voorkomen.
Tijdens de hoorzitting vertelt verweerder dat er diverse besprekingen zijn geweest tussen hem en de
huidige zorgverantwoordelijke. Klaagster is hierbij aanwezig geweest. Elk gesprek gaat over medicatie,
klaagster wil geen medicatie en is niet ziek. Ze geeft een voorkeur aan voor het soort medicijnen,
desondanks stopt ze toch steeds met medicatie. Ze vindt dat ze geen medicijnen nodig heeft.
Haar huidige toestandsbeeld wordt veroorzaakt door haar psychische stoornis. Ze benoemt zelf veel
klachten die niet worden herkend als bijwerkingen van medicatie.
Als klaagster stopt met de medicatie, gaat het steeds minder goed met haar. De verpleegkundige die haar
thuis bezoekt krijgt klaagster niet meer gemotiveerd tot het innemen van medicijnen en ziet haar
toestand achteruitgaan. Het denken gaat trager, ze belt vaker op in paniek, ze doet geen boodschappen
meer en ziet bleek.
De opname is bedoeld om ervoor te zorgen dat klaagster haar medicatie weer in gaat nemen en om haar
toestand in de gaten te houden.
Klaagster drinkt veel koffie in de nacht, mogelijk slaapt ze daardoor niet goed. Lorazepam maakt wat
suffer maar het is het aangewezen middel bij katatonie. Er is aandacht voor het slaapprobleem, zoals het
proberen van medicijnen voor het bevorderen van slaap.
Klaagster is momenteel niet geheel vrij om te gaan en staan waar ze wil. De reden voor de gesloten
afdeling is dat verweerder toezicht wil houden. Een open afdeling zou nu niet kunnen, daarvoor is
klaagster onvoldoende opgeknapt. Ze wordt in beeld gehouden om er zeker van te zijn dat het goed gaat
en effect te zien van de behandeling. Daarna wordt gekeken naar behandeling vanuit de thuissituatie.
Thuis gaat het echter niet goed met klaagster en er wordt gekeken naar een beschermde woonvorm.
De ideeën van klaagster stroken niet met de realiteit. De Toren is een vooruitstrevende afdeling qua eten.
Er wordt rekening gehouden met wensen en er wordt elke avond vers gekookt. Klaagster mag meehelpen
met koken en er worden verschillende opties hiertoe aangeboden.

Beoordeling
Afgaande op het klaagschrift, de schriftelijke reactie op de klacht, hetgeen ter zitting door betrokkenen
naar voren is gebracht, overweegt de klachtencommissie, met inachtneming van de Wet Verplichte
Geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz) als volgt.

Beslissing:
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat sprake is van verplichte zorgverlening op grond van een
zorgmachtiging. In september 2023 heeft de rechter een zorgmachtiging gegeven voor het verlenen van
verplichte zorg.
Sinds 22 maart 2023 verblijft klaagster verplicht op een gesloten afdeling van GGZ Delfland. Voorafgaand
aan de opname stond zij onder behandeling van het FACT-team. Zorgverleners van het FACT-team
maakten zich zorgen over klaagster en vreesden een decompensatie. Op 22 maart 2023 is op grond van
artikel 8:9 Wvggz besloten over te gaan tot verplichte zorgverlening in de vorm van medicatie, opname in
een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid.
De klachtencommissie constateert dat geprobeerd is om klaagster ambulant en zonder het gebruik van
medicatie psychiatrisch stabiel te houden, in overeenstemming met de wensen van klaagster. De zorgen
over klaagster namen echter toe toen bleek dat zij onvoldoende at en dronk, achterdochtig werd en
terugtrekkend gedrag liet zien. Zij is bekend met psychotische klachten en katatonie.
Toen tijdens het huisbezoek werd geconstateerd dat de situatie van mevrouw verslechterde en zij de
medicatie bleef weigeren en de voedsel- en vochtintake onvoldoende waren, was er volgens de
klachtencommissie sprake van ernstig nadeel voor de gezondheid van klaagster vanuit een katatoon
toestandsbeeld met psychotische kenmerken. In een dergelijk geval is een voortvarende en adequate
behandeling essentieel om fysieke schade en zelfs overlijden te voorkomen. Klaagster stond na
beoordeling niet afwerend tegenover opname maar kwam ook niet tot instemmend besluit. De
klachtencommissie volgt verweerder in zijn zienswijze dat een ambulante behandeling op dat moment,
gelet op het levensgevaar en het gebrek aan ziektebesef en –inzicht, onvoldoende was om het ernstig
nadeel af te wenden. Besloten werd om klaagster klinisch in te stellen op medicatie.
De medicamenteuze behandeling bestaat uit lorazepam en Acemap. Klaagster maakt bezwaar tegen het
gebruik van beide middelen en voert aan dat zij verschillende bijwerkingen ervaart door het gebruik
ervan. De bijwerkingen zijn dusdanig dat zij ervaart geen plannen voor de toekomst te kunnen maken. De
klachtencommissie overweegt allereerst dat de voorgeschreven middelen in overeenstemming zijn met de
landelijke richtlijnen voor wat betreft de behandeling van katatonie. Daarbij stelt zij vast dat een
dergelijke behandeling in het verleden doelmatig is gebleken in het geval van klaagster en dat eerder een
positief effect werd gezien van de medicamenteuze behandeling. Hoewel de klachtencommissie begrip
heeft voor het standpunt van klaagster en meevoelend staat ten aanzien van de door haar ervaren
bijwerkingen, is zij er niet van overtuigd dat de fysieke klachten onomstotelijk een gevolg zijn van het
gebruik van medicatie. Van de kant van verweerder is aangevoerd dat onderzoek is gedaan naar de
bijwerkingen, maar dat deze niet geobjectiveerd zijn. De ernst van het af te wenden ernstig nadeel acht
de klachtencommissie bovendien dusdanig dat behandeling met lorazepam en Acemap proportioneel is, in
relatie tot de door klaagster ervaren bijwerkingen. Het door klaagster aangedragen alternatief voor een
verplichte behandeling met voornoemde middelen, te weten een ambulante behandeling zonder het
gebruik van medicatie, acht de klachtencommissie niet toereikend om het ernstig nadeel waarvan sprake
is af te wenden. In het verleden is een en andermaal, dat klaagster gedurende een periode van
ambulante behandeling telkens weer stopt met het innemen van haar medicatie hetgeen, zoals
aangegeven, leidt tot ernstige schade voor haar gezondheid.
De klachtencommissie concludeert dat verweerder op 23 maart 2022 rechtmatig heeft besloten tot
verplicht medicatiegebruik en opname in de accommodatie. Ook op het moment van de uitspraak is er
nog voldoende grondslag voor een verplichte behandeling met medicatie. De klachtencommissie
beoordeelt de klacht als ongegrond.
Klaagster heeft bij het indienen van de klacht gebruikgemaakt van het recht om schadevergoeding te
verzoeken op grond van artikel 10:11 Wvggz. Van het toekennen van schadevergoeding kan alleen sprake
zijn bij gegrondverklaring van de klacht. Aangezien gegrondverklaring van de klacht niet aan de orde is,
wijst de klachtencommissie het verzoek om schadevergoeding af.

Voor wat betreft de klacht met betrekking tot het ontbreken van de formele vereisten voor het genomen
8:9 Wvggz besluit de commissie als volgt. Een wijziging van de zorgverantwoordelijke brengt niet steeds
met zich mee dat deze nieuwe zorgverantwoordelijke opnieuw een schriftelijke beslissing tot verplichte
zorg moet nemen. In strikte zin is er in het onderhavige geval geen sprake van een wijziging van de
zorgverantwoordelijke. Er was standaard sprake van zorgvuldige samenwerking tussen de ambulante
behandelaar en de behandelaar binnen de instelling. Vastgesteld is tijdens de zitting, dat er ook in het
onderhavige geval gezamenlijke gesprekken waren tussen klaagster, de ambulante behandelaar en de
behandelaar van de instelling. Dit is door klaagster bevestigd. Over het te voeren behandelbeleid was
tussen de verschillende behandelaren geen verschil van opvatting. De heer O. Henselmans heeft de
overdracht naar de zorgverantwoordelijke van de instelling, mevrouw M. van den Bergh mondeling
toegelicht en daarbij zijn er diverse driegesprekken geweest tussen klaagster en beide
zorgverantwoordelijken. Als de zorgverantwoordelijke geen aanwijzingen heeft om te twijfelen aan het
gevoerde zorgbeleid volstaat het genomen besluit voor de voortzetting van verplichte zorg.

De klachtencommissie:
verklaart de klachten van mevrouw, jegens GGZ Delfland, ten deze vertegenwoordigd door de heer,
ongegrond.
Voorzitter
De heer
Secretaris
Mevrouw
Deze beslissing is op 27 juli 2023 aan betrokkenen medegedeeld. Deze beslissing is op 11 augustus 2023
op schrift aan betrokkenen toegestuurd.